info2000 logo Introduction and documentation 


back to i*m europe 

back to info2000

navigation graphic
Werkprogramma voor vier jaar 1996-1999

Download het werkprogramma in PostscriptRTF of Winword.


INHOUD

INLEIDING

PROGRAMMAPUNT 1: STIMULERING VAN DE VRAAG EN VAN DE BEWUSTWORDING

PROGRAMMAPUNT 2: EXPLOITATIE VAN OVERHEIDSINFORMATIE IN EUROPA

PROGRAMMAPUNT 3: ACTIVERING VAN HET EUROPESE MULTIMEDIAPOTENTIEEL

PROGRAMMAPUNT 4: ONDERSTEUNENDE ACTIES

Bijlage 1: Verband tussen INFO2000 en andere EU-programma's

Bijlage 2: Communautaire netwerken op met het MIDAS-NET verwante gebieden


INLEIDING

1. Algemene oriëntaties

INFO2000 heeft ten doel de opkomende multimedia-inhoudindustrie te attenderen op en aan te moedigen tot de exploitatie van nieuwe marktkansen. Het belang van multimedia-inhoud werd op een aantal forums erkend: de conferentie van de G7 in februari 1995 over de informatiemaatschappij, het Forum over de Informatiemaatschappij en de door de Commissie opgerichte Groep deskundigen op hoog niveau. Meer bijzonder heeft de Raad "Industrie" van 6/7 november 1995 de Commissie verzocht door te gaan met initiatieven die bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de informatie-inhoudindustrie gezien de noodzaak om inhoud en diensten aan de gehele industrie te verstrekken.

2.Het centrale strategische thema

Het centrale thema van INFO2000 is de ontwikkeling van een Europese informatie-inhoudindustrie die op wereldschaal kan concurreren en in staat is om te voldoen aan de behoeften van de Europese ondernemingen en burgers aan informatie-inhoud, hetgeen enerzijds leidt tot economische groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid, en anderzijds tot persoonlijke professionele, sociale en culturele ontwikkeling. Het programma beoogt dit doel te bereiken door middel van drie grote acties:

  • stimulering van de vraag en van de bewustwording;
  • exploitatie van overheidsinformatie in Europa;
  • activering van het Europese multimediapotentieel.

Als aanvulling op deze acties zal ook steun worden verleend op het gebied van marktobservatie, normen en ontwikkeling van vaardigheden.

Alle acties die in het kader van dit programma worden ondernomen, zullen in overeenstemming zijn met de beginselen die zijn beschreven in Richtlijn 95/46/EG betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van hun persoonsgegevens.

3. Stimulering van de vraag en van de bewustwording

Het doel is nieuwe markten te creëren door de bewustwording bij specifieke gebruikersgroepen op Europees niveau te stimuleren. Ongeveer 20 organisaties die strategisch verspreid zijn over de Lid-Staten, zullen door middel van een oproep tot het indienen van voorstellen worden geselecteerd voor de oprichting van een netwerk van knooppunten voor de demonstratie en ondersteuning van multimedia-informatie (MIDAS, Multimedia Information Demonstration And Support). Deze organisaties zullen optreden als proactieve adviescentra en ernaar streven de belangstelling van informatiegebruikers in handel en industrie te wekken en hen te helpen. Zij zullen gebruik maken van geschikte technologie, zoals World Wide Web-servers, voor hun communicatie met elkaar, met hun specifieke doelgroepen en met de Commissie, teneinde informatie te ontwikkelen en te verspreiden en bijstand en feedback te verlenen. Het netwerk zal nauw samenwerken met andere communautaire netwerken die de tenuitvoerlegging van andere EU-beleidsvormen ten doel hebben.

De infrastructuur die in het kader van dit programmapunt wordt opgebouwd, zal ook worden gebruikt om informatie te verspreiden over initiatieven en resultaten van het INFO2000-programma en om de reacties van de marktdeelnemers over alle relevante thema's te verzamelen.

Teneinde de dialoog tussen de leveranciers en de gebruikers van informatie-inhoud te stimuleren met het doel de ontwikkeling van een gezonde markt te ondersteunen, zal het MIDAS-netwerk worden gebruikt als hulpmiddel bij het opzetten van paneuropese gebruikersgroepen voor de bespreking van samenwerkingsmogelijkheden en de uitwisseling van ervaring.

4. Exploitatie van overheidsinformatie in Europa

Na een aantal studies en voorafgaande besprekingen zal in 1996 een groenboek worden gepubliceerd om een openbare discussie op gang te brengen over het verkrijgen van toegang tot de enorme hoeveelheden informatie die bij de overheid op verschillende niveaus wordt bewaard en die in de verschillende Lid-Staten niet volgens dezelfde regels toegankelijk is. De resultaten zullen naar verwachting voorstellen voor wetgeving en mechanismen voor informatie-uitwisseling en coördinatie zijn.

Daarnaast zullen maatregelen worden genomen om in de overheidsinformatie gebieden van bijzonder belang aan te wijzen en om informatie over bestaande gidsen en beschikbare informatie-inhoud te assembleren. Er zullen richtsnoeren worden opgesteld voor de produktie van koppelbare en vergelijkbare gidsen. Voorts zullen formaten worden bepaald voor inventarissen van overheidsgegevens die meer bijzonderheden bevatten over inhoud en toegang dan gidsen, en er zullen oproepen tot het indienen van voorstellen voor proefprojecten worden gepubliceerd teneinde inventarissen in netwerken onderling met elkaar te verbinden en te koppelen aan systemen voor het verhandelen van inhoudbezit met het oog op de commerciële exploitatie ervan.

5. Activering van het Europese multimediapotentieel

Tijdens de looptijd van INFO2000 zullen twee oproepen tot het indienen van voorstellen worden gepubliceerd, de eerste in het voorjaar 1996 en de tweede in 1997. In beide gevallen is het de bedoeling de produktie van hoogwaardige multimedia-inhoud te katalyseren en ervoor te zorgen dat in Europa de capaciteit voor deze produktie voorhanden is. De actie heeft ten doel te helpen bij de ontwikkeling van de economie en de werkgelegenheid in de elektronische uitgeverij, door de overgang van gedrukte naar elektronische publikaties te versnellen, en tegelijkertijd te helpen bij de produktie van díe multimediale informatie-inhoud die op zijn beurt de Europese ondernemingen zal versterken en de Europese burgers van nut zal zijn.

Een grote hinderpaal voor multimediaal uitgeven is dat er zoveel verschillende systemen zijn om de rechten op het gebruik van inhoud op verschillende gebieden en in verschillende landen te identificeren en te verwerven. In aansluiting op onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten ter zake in het kader van het vierde kaderprogramma, het IMPACT-programma en het Groenboek betreffende intellectuele eigendomsrechten zullen strategieën voor nauwere samenwerking tussen de verschillende systemen worden onderzocht en zullen oproepen tot het indienen van voorstellen worden gepubliceerd voor proefprojecten die de grondslagen zullen leggen voor het grensoverschrijdend elektronisch verhandelen van multimediarechten.

6. Ondersteunende acties

Teneinde ervoor te zorgen dat het programma en de opkomende multimedia-inhoudindustrie in contact blijven met de technologische en marktontwikkelingen, zullen maatregelen worden genomen om de veranderingen, de problemen en de tendensen die zich in deze industrie voordoen, in relevante forums te volgen, te analyseren en te bespreken. Prominente deskundigen in de industrie en relevante waarnemingsposten en onderzoekinstellingen zal worden verzocht aan deze observatiewerkzaamheden deel te nemen en de resultaten zullen op verschillende wijzen, ook in samenwerking met de industrie, worden verspreid.

Normen zijn van essentieel belang voor de uitwisseling en het hergebruik van informatie. Er zullen lijsten van normen en specificaties worden bijgehouden en gepubliceerd, onder meer via het MIDAS-netwerk. Er zullen workshops en Internet-discussieforums worden opgezet om het gebruik van normen te bevorderen en de feedback naar relevante industriële consortiums en gebruikersorganisaties te kanaliseren.

Teneinde de vaardigheden en de creativiteit waarover de multimedia-inhoudindustrie beschikt, op te trekken tot een hoger niveau, zullen maatregelen worden genomen om specifieke behoeften aan te wijzen en, in nauwe samenwerking met programma's zoals LEONARDO en SOCRATES, geschikte cursussen en opleidingsinstrumenten te ontwikkelen en uit te proberen, alsmede de over beschikbare opleidingsmogelijkheden verzamelde informatie te verspreiden.

Ten slotte zullen maatregelen ter ontwikkeling en uitwisseling van optimale praktijken in de multimedia-inhoudindustrie voornamelijk in het kader van programmapunt 3, Activering van het multimediapotentieel, worden genomen als integrerend deel van de verspreiding van de ervaring en kennis die tijdens de uitvoering van de ondersteunde projecten werden verworven.

7. Benutting van synergie

Informatie-inhoud staat centraal in het INFO2000-programma en dit houdt uiteraard in dat de uitgevoerde activiteiten vaak raakpunten zullen hebben met gebieden die van direct belang zijn voor andere communautaire initiatieven. Daarom is voor de uitvoering van het programma nauwe samenwerking met andere diensten van de Commissie noodzakelijk en zal een interdepartementale groep worden opgericht om de coördinatie te vergemakkelijken. De in de Mededeling van de Commissie COM(95) 149 opgenomen tabel, waarin het verband tussen INFO2000 en enkele zeer relevante communautaire programma's wordt aangegeven, is bijgewerkt en wordt ter informatie in bijlage 1 weergegeven. Andere diensten die bij de uitvoering zullen worden betrokken, zijn de verschillende sectoren ter ondersteuning van de industrie of andere diensten die belangstelling hebben voor de informatie-inhoud van ondersteunde projecten.INFO2000

Beknopt overzicht van de begroting: 1996-1999

 

Programmapunt % van de begroting* ECU*
PP1.1 Creëren van nieuwe markten door de bewustwording van specifieke gebruikersgroepen op Europees niveau te stimuleren 25,2 16 400 000
PP1.2 Stimuleren van clusters van paneuropese gebruikersgroepen 0,3 200 000
Totaal PP 1 25,5 16 600 000
PP2.1 Ontwikkelen van beleidsmaatregelen voor toegang tot en exploitatie van overheidsinformatie 2,0 1,300,000
PP2.2 Koppelen van gidsen van overheidsinformatie 5,5 3 600 000
PP2.3 Gebruik maken van bij de overheid aanwezige inhoudbronnen 10,5 6 800 000
Totaal PP 2 18 11 700 000
PP3.1 Katalyseren van hoogwaardige multimedia-inhoud 44,0 28 630 000
PP3.2 Verhandelen van multimediale intellectuele-eigendomsrechten 4,6 3 000 000
Totaal PP 3 48,7 31 630 000
PP4.1 Observeren en analyseren van de multimedia-inhoudmarkt 3,2 2.070.000
PP4.2 Bevorderen van de toepassing van multimedia-inhoudnormen 1,5 1.000.000
PP4.3 Aanmoedigen van de ontwikkeling van vaardigheden op Europees niveau 3,1 2.000.000
PP4.4 Ontwikkelen en uitwisselen van optimale praktijken
p.m.
Totaal PP 4 7,8 5 070 000
TOTAAL 100 65 000 000

* Het betreft een indicatieve verdeling die in de loop van het programma eventueel moet worden aangepast.


PROGRAMMAPUNT 1: STIMULERING VAN DE VRAAG EN VAN DE BEWUSTWORDING

Programmapunt 1.1: Creëren van nieuwe markten door de bewustwording van specifieke gebruikersgroepen op Europees niveau te stimuleren

1.1.1 Achtergrond

Het IMPACT 2-programma voorzag in de basisvoorlichting van de doelgroepen via het netwerk van Nationale Voorlichtingspartners in de Europese Economische Ruimte. Dit netwerk stelde kennis ter beschikking over initiatieven op het gebied van elektronisch uitgeven en multimedia. Gezien het succes van deze en soortgelijke activiteiten, die hebben bijgedragen tot de verschuiving van de taak van het verstrekken van basisvoorlichting naar de pers en de media, zal INFO2OOO zich concentreren op selectieve demonstratieacties en op de begeleiding en ondersteuning van gebruikers.

1.1.2 Doelstellingen

Deze actie heeft ten doel het creëren van nieuwe markten te stimuleren door het demonstreren van de mogelijkheden die voortvloeien uit de ontwikkelingen die zich voordoen op de Europese markt voor informatiediensten, met name op het gebied van multimediatoepassingen. Het komt er vooral op aan de doelgroepen te overtuigen van de voordelen van het gebruik van multimedia, de toegang tot overheids- en grensoverschrijdende informatie te demonstreren en feedback aan de Europese inhoudindustrie te verschaffen met het oog op het ontwerpen van nieuwe multimediatoepassingen. De doelgroepen zijn te vinden in handel en industrie, met name in het MKB, bij de burgers en de samenstellende delen van de sociale economie (verenigingen, coöperaties, onderlinge maatschappijen en stichtingen).

1.1.3 Acties

De acties voorzien in:

  1. de selectie van ongeveer 20 knooppunten voor de demonstratie en ondersteuning van multimedia-informatie (MIDAS-NET-knooppunten) door middel van een oproep tot het indienen van voorstellen (SELECTIEPROCEDURE);
  2. demonstratie-, verspreidings- en communicatieactiviteiten (ACTIES VAN AFZONDERLIJKE MIDAS-NET-KNOOPPUNTEN);
  3. de ontwikkeling van een samenwerkingsnetwerk tussen de MIDAS-NET-knooppunten en de uitvoering van gezamenlijke projecten (GEZAMENLIJKE ACTIES VAN MIDAS-NET-KNOOPPUNTEN);
  4. de totstandbrenging van een kader voor samenwerking, technische ondersteuning en een gemeenschappelijk image voor het netwerk (ONDERSTEUNENDE ACTIES VAN DE COMMISSIE).

SELECTIEPROCEDURE

Aan het begin van het programma zal een oproep tot het indienen van voorstellen worden gepubliceerd, waaruit de Commissie de centra zal selecteren waarin de MIDAS-NET-knooppunten zullen worden ondergebracht. Het aantal knooppunten zal worden bepaald door het bedrag aan beschikbare middelen, maar in elke Lid-Staat zal minstens één knooppunt worden gevestigd. Bovendien is het de bedoeling een knooppunt te steunen dat op Europees niveau kan opereren en over bijzondere expertise op het gebied van statistische informatie beschikt. Er zal een reservelijst worden opgesteld om het aantal knooppunten te kunnen verhogen zodra meer middelen beschikbaar worden gesteld, of om knooppunten te vervangen die geen bevredigende resultaten opleveren. De Commissie zal naar verwachting organisaties aanwijzen die behoren tot de actiefste op het gebied van multimedia-informatie, voorlichtingsactiviteiten en demonstratiecampagnes in de Lid-Staten. De organisaties moeten over eigen financiële middelen beschikken en de MIDAS-NET-actie beschouwen als een Europese aanvulling op hun gewone activiteiten.

De steun van de Gemeenschap zal worden verleend op basis van kostendeling, waarbij een financiële bijdrage wordt verleend van maximaal 50% (maximaal 65% voor knooppunten in minder ontwikkelde regio's) van de kosten die werkelijk worden gemaakt voor de uitvoering van overeengekomen werkzaamheden. Het werkelijke steunbedrag zal afhangen van het bestreken geografische gebied en van het werkprogramma dat na de selectieprocedure moet worden overeengekomen. Verwacht wordt dat de steun gemiddeld circa 100 000 ecu per knooppunt per jaar zal bedragen voor activiteiten die hierna als acties van afzonderlijke MIDAS-NET-knooppunten worden beschreven. Er zullen met de knooppunten of met bepaalde groepen knooppunten verdere overeenkomsten worden gesloten voor de uitvoering van de hierna beschreven gezamenlijke acties van MIDAS-NET-knooppunten.

De MIDAS-NET-knooppunten zullen aan de hand van de volgende criteria door de EC worden geselecteerd. Een MIDAS-NET-knooppunt moet:

  • goede contacten hebben met (potentiële) eindgebruikers in de aangewezen doelgroepen;
  • beschikken over de noodzakelijke expertise op het gebied van multimedia-inhoud en toegang daartoe op Europees niveau, en betrokken zijn bij nationale activiteiten;
  • in zijn land/regio een goed gevestigde en erkende organisatie zijn. Geloofwaardigheid in de gekozen doelgroep is van essentieel belang;
  • beschikken over de vereiste technische infrastructuur en gebouwen om multimediaprodukten te demonstreren, zowel autonoom als via diverse telecommunicatieplatforms, inclusief een WWW-server op Internet;
  • financieel draagkrachtig zijn en niet afhankelijk zijn van een regeling inzake medefinanciering;
  • blijk geven van de bereidheid om met de Commissie samen te werken aan de voorlichtings- en demonstratiecampagnes. Dit betekent dat het MIDAS-NET-knooppunt:
    • bereid moet zijn om niet alleen voor eigen nut tijd en moeite te investeren;
    • bij voorlichtingsevenementen activiteiten die verband houden met multimedia-inhouddiensten, op de voorgrond moet plaatsen;
    • regelmatig bij de Commissie verslag moet uitbrengen over de ondernomen activiteiten;
    • ermee moet instemmen om gegevens over mogelijke gegadigden die uit de MIDAS-NET-acties worden verkregen, aan de Commissie door te geven en, met de toestemming van de deelnemers aan seminars, gegevens over deze potentiële gebruikers ook collectief door te geven aan actoren op de informatiemarkt met het oog op follow-up.

ACTIES VAN AFZONDERLIJKE MIDAS-NET-KNOOPPUNTEN

De opdracht van de knooppunten moet beantwoorden aan de in punt 1.1.2 hierboven beschreven doelstellingen. In de volgende lijst worden voorbeelden gegeven van activiteiten die de netwerkknooppunten in het kader van hun normale activiteiten moeten uitvoeren om de bewustwording ten aanzien van het informatiepotentieel op Europees niveau te stimuleren:

  • in de geselecteerde doelgroepen, inclusief burgers en verenigingen, demonstratieacties uitvoeren over de wijzen waarop toegang tot multimedia-inhoud kan worden verkregen;
  • op verzoek de bij hen beschikbare informatie over de multimedia-inhoudmarkt verspreiden;
  • informatie verstrekken over lokale projecten en beschikbare diensten;
  • WWW-diensten oprichten en runnen;
  • een help-desk voor gebruikers oprichten en runnen (zowel elektronisch als via een menselijke operator);
  • seminars en workshops over informatie-inhoudvraagstukken ontwikkelen en organiseren en tentoonstellingen en conferenties bijwonen;
  • feedback van gebruikers en potentiële gebruikers verschaffen ten behoeve van de inhoudleveranciers;
  • de deelneming aan projecten betreffende de informatiemaatschappij stimuleren door de verspreiding van informatie over relevante EU-initiatieven, met name INFO2000;
  • acties ondernemen die specifiek gericht zijn op sociale en economische actoren in minder ontwikkelde regio's. Het is de bedoeling deze groepen via deze acties sterker bewust te maken van de voordelen van multimedia, ze te helpen hun behoeften te formuleren en ze aan te moedigen om deel te nemen aan de opkomende Europese multimedia-industrie;
  • synergieën ontwikkelen met relevante bestaande communautaire netwerken, inclusief het omschrijven van acties die gezamenlijk kunnen worden ondernomen ten behoeve van de desbetreffende doelgroepen.

GEZAMENLIJKE ACTIES VAN MIDAS-NET-KNOOPPUNTEN

Met een aantal acties zal het accent op het netwerkkarakter van de MIDAS-NET-knooppunten worden gelegd:

  • oprichting van een samenwerkingsnetwerk waarbij moderne technologie zoals WWW wordt gebruikt;
  • ontwikkeling en uitvoering van gemeenschappelijke projecten tussen centra op basis van verschillende initiatieven van de knooppunten;
  • stimulering van de samenwerking tussen de activiteiten van de Lid-Staten die tot de informatiemaatschappij leiden. De rol van de Europese Unie bestaat erin een gemeenschappelijk kader voor de verschillende initiatieven te creëren en synergie met de verschillende lopende acties tot stand te brengen door de hulpmiddelen op Europees niveau te bundelen en de toegang tot informatie op transnationale basis te verbeteren;
  • uitwisseling/overdracht van expertise door de bekendmaking van opmerkelijke prestaties en de verspreiding van optimale praktijken m.b.t. de nieuwe multimediatechnologieën, waarbij de inspanningen worden gericht op specifieke doelgroepen die in hun instelling of onderneming als multiplicator kunnen fungeren.

Er zal bijzondere aandacht worden geschonken aan het verlenen van steun in regio's die minder ver gevorderd zijn in de overgang naar de informatiemaatschappij. De uitwisseling van kennis en optimale praktijken tussen partners die in verschillende geografische gebieden opereren, zal eveneens de cohesie bevorderen.

De MIDAS-NET-knooppunten zullen met name bijdragen aan de oprichting van en het overleg tussen paneuropese gebruikersgroepen zoals beschreven in programmapunt 1.2.

ONDERSTEUNENDE ACTIES VAN DE COMMISSIE

De Commissie zal infrastructuur en steun voor het netwerk verschaffen door de uitwisseling van informatie en expertise te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat de informatiestroom, met name naar de minder ontwikkelde regio's, in stand wordt gehouden. De voornaamste punten waarop steun zal worden verleend, zijn:

  • de WWW-server I'M EUROPE, in aanvulling op de servers CORDIS, ISPO, EUROPA en ECHO, voor de verspreiding van informatie over de activiteiten van de Commissie op het gebied van informatie-inhoud;
  • steun voor de totstandbrenging van een WWW-netwerk tussen de afzonderlijke MIDAS-NET-knooppunten;
  • gemeenschappelijk voorlichtingsmateriaal dat wordt samengesteld en geproduceerd teneinde een collectief image te ontwikkelen voor het netwerk;
  • een centraal ondersteuningsteam met een meertalige help-desk;
  • een inventaris van informatie-inhoudbronnen, demonstratieprodukten en -diensten;
  • workshops en informatie-uitwisseling om de vaardigheden en bekwaamheden in het netwerk te actualiseren.

De Commissie zal het image en de erkenning van de MIDAS-NET-knooppunten als proactieve adviescentra op nationaal niveau stimuleren en zorgen voor de collectieve identiteit van het netwerk door zich te concentreren op acties van gemeenschappelijk belang op het niveau van het netwerk en door gemeenschappelijke minimumnormen vast te stellen.

De totale omvang van de steun hangt af van de onderhandelingen met de organisaties of consortiums die na de oproep tot het indienen van voorstellen worden geselecteerd. Hij zal hoofdzakelijk worden bepaald door het geografische gebied dat door het netwerkknooppunt wordt bestreken, en door het overeengekomen werkprogramma.

1.1.5 Benutting van synergie

MIDAS-NET is een gespecialiseerd netwerk van organisaties dat zich tot specifieke gebruikersgroepen richt met demonstratievoorzieningen waarover zij in hun gebouwen beschikken en waaraan lokaal bekendheid wordt gegeven, en met andere acties zoals tentoonstellingen en conferenties. In bijlage 2 bij dit werkprogramma zijn de verschillende EU-netwerken weergegeven die momenteel functioneren op met INFO2000 verwante gebieden. Van de knooppunten wordt verwacht dat zij relaties met andere organisaties en netwerken tot stand brengen die aanvullende acties voor de totstandbrenging van de informatiemaatschappij in Europa uitvoeren.

Zoals in het voorstel voor het INFO2000-programma wordt vermeld, zullen relaties met DG XXII tot stand worden gebracht om te zorgen voor een goede synergie tussen de de acties in het kader van INFO2000 en die in het kader van de programma's SOCRATES en LEONARDO DA VINCI. Door samenwerking met de EIC's en met BC-NET van DG XXIII en met de CRAFT-steunpunten onder DG XII kan het MKB worden bereikt. De DG XIII-netwerken die in het kader van het IT- en het ACTS-programma zijn opgericht, vormen een aanvulling op de MIDAS-NET-knooppunten; zij zullen profijt trekken van het door MIDAS-NET beschikbaar gestelde gebruikersbestand. Voorts zal ook worden gestreefd naar samenwerking met de centra voor de ondersteuning van multimedia (Multimedia Support Centres) van DG III, waarvan de werkzaamheden meer op de aanbodzijde van de markt zijn gericht.

Het MIDAS-netwerk zal nauw samenwerken met de relevante netwerken, verenigingen op het gebied van informatie-inhoud en gebruikersgroepen, inclusief beroepsverenigingen en kamers van koophandel. Het zal met name dialogeren met het IRIS-I-netwerk en de regionale netwerken die door de innoverende acties betreffende de informatiemaatschappij op grond van art. 10 van het EFRO zijn opgericht. De totstandbrenging van verbindingen met deze netwerken en organisaties, die zowel gespecialiseerd als van meer algemene aard kunnen zijn, is een specifieke taak van de MIDAS-NET-knooppunten.

1.1.6 Verwachte resultaten

De onder dit programmapunt vallende werkzaamheden zullen leiden tot een betere samenwerking op Europees niveau en tot de overdracht van kennis en ervaring. Met de geselecteerde organisaties zullen kwalitatieve en kwantitatieve prestatiecriteria worden overeengekomen die zullen worden gebruikt om de gemaakte vorderingen te meten. Voorbeelden van succesindicatoren zijn parameters zoals het totale aantal personen dat aan seminars en workshops heeft deelgenomen, het aantal keren dat toegang tot WWW-pagina's werd gevraagd, enz. Er zal een gemeenschappelijke rapporteringsstructuur worden gecreëerd om de relevante gegevens te verzamelen. Via het WWW zal jaarlijks een enquête onder de gebruikers worden gehouden om na te gaan hoeveel mensen of kleine en middelgrote ondernemingen als resultaat van de vermelde activiteiten een nieuwe on-line aansluiting op een dienstenleverancier hebben genomen, een CD-ROM-eenheid hebben gekocht, CD-ROM-titels hebben gekocht en welke, enz.

De tevredenheid van de deelnemers zal eveneens een graadmeter zijn voor het succes van het netwerk. Voorts zal op de vergaderingen voor de MIDAS-NET-knooppunten, die gemiddeld driemaal per jaar worden georganiseerd in de vorm van informatiedagen of conferenties of in de centra van MIDAS-NET-knooppunten, regelmatig verslag moeten worden uitgebracht over de mate van samenwerking, uitwisseling en overdracht van expertise.

Programmapunt 1.2: Stimuleren van clusters van paneuropese gebruikersgroepen

1.2.1 Achtergrond

Een bloeiende vraagzijde is noodzakelijk voor de ontwikkeling van een gezonde markt voor geavanceerde informatieprodukten en -diensten zoals multimedia. Gezien de snelle ontwikkelingen op de informatie-inhoudmarkt is een geregelde dialoog tussen inhoudleveranciers en inhoudgebruikers nodig om de marktontwikkeling te ondersteunen.

In de inhoudindustrie is de vraagzijde slecht georganiseerd en versnipperd. Momenteel worden de eerste gebruikersgroepen gevormd op nationaal niveau, waar beroepsorganisaties en bedrijfstakfederaties zich met inhoudvraagstukken beginnen bezig te houden. Nationale en paneuropese gebruikersgroepen zijn nodig om een doelmatige dialoog tussen de aanbod- en de vraagzijde op gang te brengen. De deelneming van vertegenwoordigers van lokale en regionale overheden en van de sociale economie wordt belangrijk geacht, omdat zij grote potentiële informatiegebruikers zijn en omdat zij vanuit hun positie een goede kijk op de behoeften van de burgers hebben.

1.2.2 Doelstellingen

Doel van dit programmapunt is deze dialoog te stimuleren door het geven van stimulansen voor samenwerking en uitwisseling van ervaring op het gebied van met inhoud verband houdende thema's tussen nationale gebruikersgroepen, waarbij de totstandbrenging van Europese groeperingen wordt aangemoedigd.

1.2.3. Acties

Het netwerk van MIDAS-NET-knooppunten (zie programmapunt 1.1) zal als hulpmiddel fungeren. Op basis van hun kennis van de nationale informatie-inhoudmarkt zullen de netwerkknooppunten bijdragen aan de oprichting van gebruikersgroepen door het beschikbaar stellen van de geschikte elektronische infrastructuur (WWW en E-mail) voor besprekingen en de uitwisseling van ervaring tussen de groepen. Er zullen verschillende soorten groepen zijn, zoals gebruikers van statistieken, gebruikers uit handel en industrie en de sociale economie, en groepen die de burgers en de openbare sector vertegenwoordigen. De deelneming van gebruikersgroepen uit minder ontwikkelde regio's zal zoveel mogelijk worden gestimuleerd en gesteund. Bovendien zullen zij regelmatig (om de zes maanden) vergaderingen voor de groepen organiseren, waarop specifieke thema's en de conclusies van de E-mailsessies kunnen worden besproken en verder uitgewerkt.

De Commissie zal de MIDAS-NET-knooppunten bij het opstellen van de agenda voor de nationale besprekingen helpen door de voornaamste vraagstukken en thema's aan te geven die met betrekking tot informatie-inhoud moeten worden besproken. Bovendien zal de Commissie gebruik maken van de WWW-server I'M EUROPE om een paneuropese infrastructuur voor besprekingen tussen de verschillende nationale groepen beschikbaar te stellen. Voorts zal zij eenmaal perjaar een paneuropese vergadering voor vertegenwoordigers van de nationale groepen organiseren.

De gebieden waarop de samenwerking en de uitwisseling van ervaring betrekking zullen hebben, zijn die welke onder programmapunt 3.1 worden behandeld, alsmede belangrijke thema's zoals de kwaliteit en de betrouwbaarheid van informatie.

Er zal gebruik worden gemaakt van de ervaring die reeds werd opgedaan door informatie-inhouddiensten die rechtstreeks op de eindgebruikers en de burgers zijn gericht, met name die welke reeds zijn gevestigd en de opkomende on-line consumentendiensten. Er zal ervaring worden uitgewisseld met diensten zoals CompuServe, America On Line with Bertelsmann, Apple e-world, Microsoft Network, Europe On Line, alsmede met EINS (European Information Network) op het gebied van wetenschappelijke en technische informatie.

1.2.4 Benutting van synergie

De MIDAS-NET-knooppunten verkeren in de juiste positie om actieve verenigingen in hun eigen regio te identificeren, maar bij de oprichting van de groepen zullen bestaande groepen die reeds bijzondere aandacht besteden aan communautaire beleidsvormen betreffende het MKB, de sociale economie, de ambachtelijke sector, toerisme en handel enz., en groepen van gespecialiseerde gebruikers zoals de gebruikers van statistieken ook worden geraadpleegd.

Dit programmapunt zal worden uitgevoerd in synergie met andere initiatieven en programma's van de Commissie betreffende onder andere het MKB, met name die welke door DG III, DG XII, DG XXII en DG XXIII worden beheerd.

1.3 Begroting voor programmapunt 1

In de beschikking van de Raad betreffende INFO2000 wordt ongeveer 22-32% van de totale begroting bestemd voor programmapunt 1.

Van het voor programmapunt 1.1 bestemde bedrag zal 65% rechtstreeks aan de MIDAS-netwerkknooppunten worden toegewezen voor de acties van de afzonderlijke centra en de initiatieven op netwerkniveau (Acties van afzonderlijke MIDAS-NET-knooppunten + Gezamenlijke acties van MIDAS-NET-knooppunten). De overige 35% gaat naar de Ondersteunende acties van de Commissie. In de hieronder weergegeven verdeling van de middelen wordt aangenomen dat de werkelijke financiering over vier jaar 25,5% van de totale begroting bedraagt.

 


BEGROTING % ECU
Programmapunt 1.1
Acties van afzonderlijke MIDAS-NET-knooppunten 
Contracten voor 20 centra ad 100 000 ecu/jaar (gemiddeld)
12,3 8 000 000
Gezamenlijke acties van MIDAS-NET-knooppunten
Gezamenlijke actie van de netwerkknooppunten
4,1 2 650 000
Ondersteunende acties van de Commissie 
Personeel en infrastructuur
8,8 5 750 000
Programmapunt 1.2 
Oprichting van paneuropese gebruikersgroepen
0,3 200 000
TOTAAL VOOR PROGRAMMAPUNT 1 25,5 16 600 000


PROGRAMMAPUNT 2: EXPLOITATIE VAN OVERHEIDSINFORMATIE IN EUROPA

Programmapunt 2.1: Ontwikkelen van beleidsmaatregelen voor toegang tot en exploitatie van overheidsinformatie in Europa

2.1.1 Achtergrond

De overheidssector verzamelt en produceert grote hoeveelheden informatie, waarvan een groot deel van belang is voor burgers en ondernemingen, en die de grondstof kunnen vormen voor informatiediensten met toegevoegde waarde die door de inhoudindustrie worden geproduceerd. In de Lid-Staten zijn de regels voor toegang tot overheidsinformatie zeer verschillend en in sommige gevallen zelfs onbestaande. Bij de overgang naar de informatiemaatschappij kan deze situatie een belemmering vormen voor volwaardige deelneming van burgers en ondernemingen in heel Europa. Enkele werkgroepen die door het Forum voor de Informatiemaatschappij zijn opgericht, hebben dit probleem aangemerkt als een punt dat prioritaire maatregelen vereist.

2.1.2 Doelstellingen

Ontwikkeling van Europese beleidsmaatregelen voor toegang tot en exploitatie van overheidsinformatie ten behoeve van burgers, ondernemingen, overheidsdiensten en de Europese Unie als dusdanig.

Gemakkelijker toegang tot overheidsinformatie die van belang is voor hun professionele, burgerlijke en persoonlijke activiteiten, en eventueel een ruimere keuze van bronnen en betere prijs/kwaliteit-voorwaarden.

Creëren van nieuwe mogelijkheden voor ondernemingen op de informatiemarkt om overheidsinformatie op Europese schaal commercieel te exploiteren en multimediale informatieprodukten en -diensten met toegevoegde waarde op gebieden van commercieel belang te produceren. Voor ondernemingen in het algemeen zal gemakkelijker toegang worden geboden tot overheidsinformatie die in het kader van hun activiteiten van belang is. Overheidsdiensten zullen mogelijkheden krijgen voor en worden aangezet tot een beter informatiebeheer en een grotere efficiëntie en transparantie.

Bijdragen tot het door de Europese Unie gevoerde beleid van openheid en transparantie in het algemeen.

2.1.3 Acties

Na een aantal studies en voorafgaande besprekingen zal een groenboek worden opgesteld, met geschikte vertegenwoordigers van de openbare sector uit alle Lid-Staten informeel worden besproken en tegen april 1996 worden gepubliceerd. Het is de bedoeling op die manier een openbare discussie op gang te brengen over alle desbetreffende vraagstukken (mogelijkheid en voorwaarden voor het recht op toegang tot overheidsinformatie, respectieve rol van de openbare en de particuliere sector, aanvullende praktische maatregelen voor betere toegang, exploitatie van verwante EU-initiatieven). De eerste reacties op dit groenboek zullen wordenbesproken op de conferentie over toegang tot overheidsinformatie die in juni 1996 in Stockholm wordt gehouden. Op basis van de resultaten van deze conferentie en van verdere reacties op het groenboek zullen door de Commissie maatregelen worden vastgesteld en in de komende jaren uitgevoerd. Hierbij kan het gaan om:

  • voorstellen voor wetgeving;
  • mechanismen voor informatie-uitwisseling en coördinatie;
  • studies die tot nieuwe initiatieven leiden.

2.1.4 Benutting van synergie

De ontwikkeling van een beleid inzake overheidsinformatie vereist een zo breed mogelijke consensus. Daarom is het noodzakelijk gedurende het gehele proces besprekingen te voeren en overleg te plegen met alle relevante overheidsactoren. Met het oog op dit regelmatige en brede overleg zal de overheidsactoren zoals de nationale bureaus voor de statistiek worden verzocht deel te nemen aan de bespreking, de bijwerking en de follow-up van het groenboek, alsmede aan workshops, conferenties en diverse voorlichtingsactiviteiten in verband daarmee. Bovendien zal worden gezorgd voor nauwe coördinatie met verwante activiteiten van de Commissie in het kader van het programma voor de uitwisseling van gegevens tussen overheidsdiensten (IDA), op het gebied van telematicatoepassingen (met name toepassingen voor de overheid) en transparantie, alsmede met het G7-project Government On-Line. Er zal worden samengewerkt met andere diensten van de Commissie zoals DG XXIII, teneinde na te gaan hoe de toegang tot bronnen van overheidsinformatie die van belang zijn voor het MKB kan worden vergemakkelijkt.

2.1.5 Verwachte resultaten

Verwacht wordt dat de acties zullen leiden tot een groeiende consensus tussen de Lid-Staten over het belang van de ter discussie gestelde vraagstukken en over de noodzaak van convergentie van de nationale beleidsvormen.Programmapunt

2.2: Koppelen van gidsen van Europese overheidsinformatie

2.2.1 Achtergrond

In een aantal Lid-Staten worden praktische initiatieven genomen om de toegang tot overheidsinformatie te verbeteren. In de Europese informatiemaatschappij moet ervoor worden gezorgd dat de relevante overheidsinformatie gemakkelijker toegankelijk wordt voor alle Europese burgers en ondernemingen die daar eventueel belangstelling voor hebben. Op dit ogenblik levert deze toegang nog steeds moeilijkheden op in heel Europa wegens het gebrek aan transparantie, logge procedures en het gebrek aan interconnectiviteit tussen de verschillende nationale toegangsroutes.

2.2.2 Doelstellingen

De initiatieven van de EU ter verbetering van de toegang tot overheidsinformatie hebben ten doel te komen tot interoperabiliteit op basis van normen en tot transparantie teneinde het vrije verkeer van overheidsinformatie in de Europese informatiemaatschappij te vergemakkelijken. Een belangrijke stap in dit verband is de samenstelling van standaardgidsen over overheidsinformatie die in geheel de EU onderling met elkaar verbonden zijn, om belangstellende burgers en ondernemingen te begeleiden bij het opsporen en raadplegen van de informatie.

2.2.3 Acties

Voor de initiatieven zal de weg "analyse - ontwikkeling - uitvoering" worden gevolgd, waarvoor permanente coördinatie en dialoog met de nationale overheidsorganen vereist zijn. Het proces zal worden ondersteund door initiatieven voor de totstandbrenging van een consensus en door de werkzaamheden van specifieke task forces voor het definiëren en uitwerken van concrete oplossingen. Via oproepen tot het indienen van voorstellen zullen proefprojecten worden omschreven waarin werk zal worden gemaakt van de interconnectiviteit van bestaande nationale, regionale en lokale diensten en hulpbronnen, en van het gezamenlijk opzetten van nieuwe diensten. Er zal bijzondere aandacht worden geschonken aan meertalige oplossingen.

Met name systemen die op dit ogenblik in de VS in toepassing worden gebracht zoals de Government Information Locator Service (GILS) ter verbetering van de toegang tot overheidsinformatie, kunnen tot voorbeeld dienen voor maatregelen die in de EU zullen worden genomen. Specifieke acties van de EU zijn onder meer:

  • het aanwijzen van gebieden van overheidsinformatie die van bijzonder belang zijn voor gebruik door de burgers en de leveranciers van informatie met toegevoegde waarde;
  • het opstellen van een inventaris van bestaande gidsen van overheidsinformatie;
  • het vaststellen van richtsnoeren voor de produktie van koppelbare, vergelijkbare en gebruikersvriendelijke gidsen;
  • het stimuleren van de ontwikkeling van paneuropese gidsen van overheidsinformatie in een gemeenschappelijk formaat, waarin standaardprotocollen voor toegang en terugzoeken en gemeenschappelijke methoden voor het identificeren van informatiebronnen worden toegepast;
  • het bevorderen van nationale projecten, met name in MOR's, voor het opstellen van nationale of regionale digitale gidsen op geselecteerde gebieden.

2.2.4 Benutting van synergie

De acties zullen worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met nationale overheidsinstellingen die gidsen van overheidsinformatie beheren of voornemens zijn zulke gidsen te ontwikkelen en te beheren, en in coördinatie met andere verwante initiatieven van de Commissie.

2.2.5 Verwachte resultaten

Dit initiatief zal een beperkt aantal onderling met elkaar verbonden nationale gidsen van overheidsinformatie opleveren. Het zal de grondslagen leggen voor de snelle ontwikkeling van dergelijke gidsen en hun onderlinge verbinding, voor een grotere transparantie, gemakkelijker toegang, enz. Deze grondslagen zijn een noodzakelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van een ruimte voor overheidsinformatie in de EU.Programmapunt

2.3: Gebruik maken van bij de overheid aanwezige inhoudbronnen

2.3.1 Achtergrond

Europa beschikt over een rijkdom aan inhoudverzamelingen die door de overheid worden beheerd, bij voorbeeld in musea, bibliotheken, systemen voor het verlenen van auteursrechten en octrooien, onderwijs- en opleidingsinstellingen, historische archieven en architectonische objecten. Deze inhoudverzamelingen moeten worden ontsloten, wil Europa dit cultuurbezit commercieel exploiteren en gebruik maken van de mogelijkheden van geavanceerde technologieën bij de ondersteuning van overheidsdiensten. Zij zijn de doorslaggevende factor voor de sterkte van de EU in de wereldwijde informatiemaatschappij en het commercieel en strategisch potentieel van deze inhoudverzamelingen is al duidelijk gebleken uit een aantal transacties waarbij de controle over enkele ervan werd overgedragen aan particuliere, en niet uitsluitend Europese ondernemingen.

De meeste inhoudverzamelingen bij de overheid zijn in analoge vorm beschikbaar en zijn als dusdanig niet geschikt om te worden gebruikt voor multimediale informatiediensten die in een digitale omgeving functioneren. Zij moeten in digitaal formaat worden omgezet. Een soortgelijke conversie heeft voor manuscripten plaatsgevonden na 1450, toen de druktechniek van Gutenberg voldoende tot ontwikkeling was gekomen, maar die omschakeling was niet alleen verschillend in aard maar ook in omvang.

2.3.2 Doelstellingen

De ontsluiting van de inhoudbronnen bij de overheid is een aanvulling op de acties 2.1 en 2.2 en moet ervoor zorgen dat de politieke, organisatorische en functionele infrastructuren die uit deze acties voortkomen, in voldoende mate door de Europese spelers worden geëxploiteerd. Het opmaken van gedetailleerde inventarissen van de informatie die in de verschillende verzamelingen van overheidsinformatie beschikbaar is, en de onderlinge verbinding van deze inventarissen zullen worden aangemoedigd, teneinde de exploitatie van deze inhoudbronnen via diensten met toegevoegde waarde te vergemakkelijken.

2.3.3 Acties

De eerste activiteiten zullen erop gericht zijn een overzicht te geven van de bestaande verzamelingen van overheidsinformatie op geselecteerde gebieden, zoals geografische informatie en statistische informatie. Selectiecriteria zullen onder meer zijn het marktpotentieel, het bestaan van gemeenschappelijke standaardformaten en de mogelijkheden voor integratie met systemen voor het verhandelen van intellectuele eigendom om samenwerkingsverbanden openbare/particuliere sector en transnationale toepassingen te vergemakkelijken. Proefprojecten die aan deze criteria voldoen, zullen op de geselecteerde gebieden worden gestimuleerd.

2.3.4 Benutting van synergie

Er zal worden gezorgd voor coördinatie met de werkzaamheden op het gebied van digitalisering en onderlinge verbinding die op het niveau van de Lid-Staten en in het kader van initiatieven van de Commissie plaatsvinden.

2.3.5 Verwachte resultaten

Door middel van gedigitaliseerde inventarissen en de onderlinge verbinding ervan zullen de doelmatige exploitatie en verhandeling van bij de overheid aanwezige informatie-inhoud worden ondersteund, hetgeen meer mogelijkheden zal creëren om paneuropese diensten met toegevoegde waarde te ontwikkelen.

2.4 Begroting voor programmapunt 2

 


BEGROTING
%
ECU
Programmapunt 2.1
Ontwikkelen van beleidsmaatregelen voor toegang tot en exploitatie van overheidsinformatie in Europa
2,0 1 300 000
Programmapunt 2.2 
Koppelen van gidsen van overheidsinformatie
5,5 3 600 000
Programmapunt 2.3 
Gebruik maken van bij de overheid aanwezige inhoudbronnen
10,5 6 800 000
TOTAAL VOOR PROGRAMMAPUNT 2 18,0 11 700 000


PROGRAMMAPUNT 3: ACTIVERING VAN HET EUROPESE MULTIMEDIAPOTENTIEEL

Programmapunt 3.1: Katalyseren van hoogwaardige Europese multimedia-inhoud

3.1.1 Achtergrond

Potentiële Europese producenten van multimedia-inhoud benutten op dit ogenblik niet ten volle de rijkdom aan mogelijkheden in Europa vanwege de versnippering van de markten, taalkundige en administratieve hinderpalen, de grote spreiding van het bronmateriaal, de snel veranderende technologie en de moeilijkheden met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten op de verschillende gebieden en in de verschillende Lid-Staten. Transnationale samenwerking om deze hinderpalen te overwinnen houdt niet alleen een groot risico in, met name voor het MKB, maar brengt ook extra vaste kosten met zich mee, en daarom is steun op communautair niveau nodig voor proefprojecten die het pad effenen.

3.1.2 Doelstellingen

Het is de bedoeling dat deze actie bijdraagt aan de ontwikkeling van een Europese informatie-inhoudindustrie die op wereldschaal kan concurreren, hetgeen positieve effecten zal hebben op de werkgelegenheid, de economie en de Europese samenhang. Daarom zal steun worden verleend voor de ontwikkeling van proefprodukten en -diensten waarin geavanceerde toepassingen met multimediafaciliteiten worden gebruikt. Dergelijke projecten zullen innoverend zijn, hoogwaardige informatie bij de gebruikers brengen en optimale praktijken op het gebied van de ontwikkeling van informatiediensten demonstreren. Er zullen projecten worden aangemoedigd die het meertalige karakter van de Unie eerbiedigen en gericht zijn op het aanbieden van multimedia-informatie in de talen van de Lid-Staten.

3.1.3 Acties

Er zal steun worden verleend voor projecten die de ontwikkeling van de multimedia-inhoudindustrie versnellen op vier belangrijke gebieden: de economische exploitatie van het culturele erfgoed van Europa, met name door middel van methoden voor spelend leren ('edutainment'); zakelijke diensten voor ondernemingen, met name voor het MKB; geografische informatie; wetenschappelijke, technische en medische informatie. Alle gesteunde projecten moeten in overeenstemming zijn met de beginselen die zijn uiteengezet in Richtlijn 95/46/EG betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van hun persoonsgegevens.

Er zullen oproepen tot het indienen van voorstellen worden gepubliceerd om de te steunen projecten te selecteren. De eerste oproep zal in het voorjaar 1996 worden gepubliceerd. Later kunnen nog oproepen worden gepubliceerd, hetzij in het kader van het INFO2000-programma en dit programmapunt, hetzij in coördinatie met andere programma's, b.v. in het kader van het initiatief Educational Multimedia Software (educatieve multimediaprogrammatuur) of andere programmapunten.

De steun voor projecten zal in twee fasen worden verleend: een definitiefase van zes maanden om technische en businessplannen op te stellen, de gebruikers te raadplegen, te onderhandelen over samenwerkingsovereenkomsten en een werkmodel te produceren om de beoogde functies te demonstreren; een uitvoeringsfase (na beoordeling van de resultaten van de definitiefase en selectie van de projecten die het meest geschikt zijn voor verdere ontwikkeling) teneinde de dienst verder te verbeteren, de relevante gegevens te verwerken, gebruikerstests te verrichten en een operationele dienst of voorziening op te zetten.

Voor alle projecten moet een plan worden voorgelegd voor de verspreiding van informatie over de methodologie en de opgedane ervaring ten behoeve van anderen in de sector. Naast de formele vereiste dat partners uit ten minste twee Lid-Staten bij het project betrokken moeten zijn, moeten alle projecten de voordelen van transnationale samenwerking illustreren en moeten er ten minste vier partnerorganisaties aan deelnemen. Daardoor wordt de Europese samenwerking gestimuleerd, worden aan organisaties meer mogelijkheden geboden om aan het programma deel te nemen en wordt in taalkundig en cultureel opzicht naar een brede dekking gestreefd.

De steun van de Gemeenschap zal normaliter niet meer bedragen dan 40% van de werkelijke kosten van de projectwerkzaamheden. Kleine ondernemingen echter met minder dan 50 werknemers en ondernemingen die in een minder ontwikkelde regio zijn gevestigd, kunnen een steunbedrag van maximaal 50% van hun kosten ontvangen. De financiering van projecten in de definitiefase is beperkt tot 100 000 ecu per project. Voor projecten in de uitvoeringsfase geldt normaliter een maximumbedrag van 500 000 ecu per project. In uitzonderlijke gevallen kan dit maximumbedrag evenwel worden opgetrokken tot 1 000 000 ecu.

3.1.4 Thematische gebieden

Cultureel erfgoed

Het is de bedoeling de economische exploitatie van het culturele erfgoed van Europa door het opzetten van nieuwe multimediale informatiediensten te stimuleren en een ruimere toegang tot deze hulpbronnen mogelijk te maken. Met behulp van multimediasystemen kunnen beelden, geluid en tekst volgens nieuwe methoden op creatieve wijze worden gecombineerd, in gedigitaliseerde formaten worden overgedragen, en worden opgeslagen en gereproduceerd of in een netwerk opgenomen voor gebruik door het grote publiek. De gesteunde projecten kunnen gericht zijn op een of meer van de volgende punten:

  • de produktie van nieuwe multimediale informatie-inhoud samen met nieuwe educatieve en edutainment-hulpmiddelen om toegang tot dergelijke inhoud te bieden en deze on-line of off-line af te leveren. Met deze projecten moet ernaar worden gestreefd kosteneffectieve elektronische informatie aan te bieden, inclusief gegevens, beelden, tekst, video en geluid waar dit wenselijk is, teneinde de burgers een beter inzicht in het cultuurbezit van Europa te geven;
  • het opstellen van gidsen en handleidingen betreffende bronnen met informatie over het culturele erfgoed teneinde te zorgen voor overeenkomstvan informatie in de culturele en taalkundige verscheidenheid van de verschillende Europese regio's;
  • de samenstelling en beschikbaarstelling van gemeenschappelijk te gebruiken gedigitaliseerde gegevensbronnen die door de elektronische uitgeverij opnieuw kunnen worden gebruikt voor de ontwikkeling van produkten en diensten met toegevoegde waarde.

Bij de ontwikkelde diensten moet gebruik worden gemaakt van afleveringsmechanismen die algemeen beschikbaar en voor het doel geschikt zijn. Voorts moeten zij hoogwaardige gegevensinhoud presenteren teneinde aan de behoeften van de gebruikers te voldoen. In de gesteunde projecten moet rekening worden gehouden met normen voor de uitwisseling en integratie van culturele informatie en waar nodig moeten zij beantwoorden aan de doelstellingen van het G7-modelproject voor de informatiemaatschappij "Multimedia Access tot World Cultural Heritage" (multimediale toegang tot het mondiale culturele erfgoed).

Zakelijke informatie voor ondernemingen, met name het MKB

Het MKB is in de Europese economische structuur een element van essentieel belang vanwege de groeicapaciteit van deze sector en de grote invloed die hij op de werkgelegenheid heeft. Deze ondernemingen ondervinden echter moeilijkheden om toegang te krijgen tot geschikte en tijdige informatie die zij nodig hebben om gebruik te kunnen maken van de kansen om zich in de transnationale handel te integreren en te kunnen concurreren op een markt die steeds meer een mondiale dimensie krijgt.

Het doel van acties op dit gebied is de Europese informatie-industrie aan te moedigen tot het nemen van initiatieven ter verbetering van het aanbod van informatie in meertalige en multimediale vorm aan industriële en commerciële ondernemingen, met name in het MKB. Door middel van informatie-inhoud moeten kleine en middelgrote ondernemingen worden geholpen om hun produktiviteit te verhogen, hun concurrentiekracht te vergroten en hun markten uit te breiden, met name over de grenzen heen.

De ontwikkelaars van informatiediensten moeten blijk geven van een degelijk inzicht in de werkomstandigheden van de ondernemingen in de desbetreffende economische sector en in de geproduceerde diensten moeten erkende normen worden toegepast voor de classificatie en de beschrijving van materialen en diensten in de desbetreffende industrie. In de voorstellen moet een aanzienlijke betrokkenheid van de eindgebruikers worden aangetoond en moet, waar nodig, rekening worden gehouden met relevante beleidsmaatregelen en initiatieven van bedrijfstakfederaties, alsmede van de EU, bij voorbeeld op het gebied van normalisatie of het verzamelen van gegevens.

De projecten moeten ervoor zorgen dat multimediale informatie uit verschillende bronnen in netwerken wordt opgenomen, de gegevens zodanig worden bewerkt dat zij gemakkelijker te gebruiken zijn, en geschikte interfaces voor de werkomgeving van de gebruiker worden aangeboden. De aflevering kan geschieden via netwerken met het oog op real-time toegang tot de gegevens, in combinatie met meer statische afleveringsfaciliteiten zoals CD-ROM. In de projecten moet rekeningworden gehouden met de doelstellingen en het actiekader van het G7-modelproject voor de informatiemaatschappij "Een wereldwijde markt voor het MKB", dat ten doel heeft bij te dragen aan de ontwikkeling van een wereldwijde elektronische omgeving om het MKB in staat te stellen zijn activiteiten met een grotere doelmatigheid en rendabiliteit uit te voeren. Deze doelstelling wordt ook geformuleerd in het derde meerjarenprogramma voor het MKB in de Europese Unie, dat ten doel heeft het MKB te helpen bij en aan te moedigen tot activiteiten op internationale markten en de handel te ontwikkelen, met name door de verbetering van netwerken en de toegang tot marktinformatie.

Geografische informatie

De geografische-informatietechnologie (GI) wordt steeds belangrijker vanwege het nut ervan bij het integreren, modelleren, analyseren en visualiseren van veel soorten informatie-inhoud. Een eerste vereiste in dit verband is de beschikbaarheid van basisgegevens of topografische gegevens voor de vervaardiging van referentiekaarten en momenteel zijn op paneuropees niveau te weinig basisgegevens beschikbaar die zich gemakkelijk lenen voor gemeenschappelijk gebruik. Ten tweede werd thematische informatie-inhoud, die betrekking heeft op toepassingen zoals statistiek, demografie, milieu, economie enz., tot dusver grotendeels alleen op nationaal niveau en volgens uiteenlopende specificaties geëxploiteerd.

Daarom zullen de gesteunde projecten gericht zijn op een of meer van de volgende doelstellingen:

  • door middel van innoverende proeftoepassingen de vorderingen demonstreren die zijn gemaakt bij het integreren van basisgegevens en thematische inhoud. In de projecten moeten nieuwe of in ontwikkeling zijnde GI-normen worden toegepast, nieuwe thematische gebieden worden behandeld en moet voor een nauwe betrokkenheid van de gebruikersgemeenschap worden gezorgd;
  • paneuropese informatie over GI verstrekken: welke informatie beschikbaar is, in welk formaat en hoe ze toegankelijk is (metagegevensdiensten en hun onderlinge verbinding);
  • de integratie of onderlinge verbinding demonstreren van basisgegevens van paneuropese of transnationale aard die de bouwstenen voor toekomstige commerciële toepassingen kunnen zijn, vooral wanneer dergelijke projecten bijdragen aan het vaststellen van gemeenschappelijke specificaties voor paneuropese GI-gegevensverzamelingen;
  • methodologieën demonstreren voor het verzamelen, de uitwisseling en het gebruik van paneuropese of transnationale GI, inclusief het verschaffen van toegang tot andere diensten via netwerken.

De projecten moeten allianties omvatten tussen bezitters van gegevens en mogelijke gebruikers in de desbetreffende toepassingssectoren, met name voor grensoverschrijdende toepassingen van GI, teneinde overlapping bij het verzamelen van gegevens te voorkomen en de gegevensleveranciers te helpen omeindprodukten af te leveren die aan de werkelijke behoeften van gebruikersgemeenschappen voldoen.

Wetenschappelijke, technische en medische informatie

De voornaamste voortbrengers en gebruikers van WTM-informatie zijn de wetenschappelijk onderzoekers. De door hen geproduceerde informatie wordt echter ook gebruikt door veel gebruikers uit andere culturen en met andere doelstellingen, met name in de industrie. Al deze gebruikers moeten samenwerken om de produktie, de verspreiding en het gebruik van dergelijke essentiële informatie doelmatig aan te pakken. Via de oproepen zal steun worden verleend voor:

  • projecten die gericht zijn op specifieke sectorale informatiebehoeften en waarbij produkten en afleveringsdiensten worden ontwikkeld die gebaseerd zijn op aangetoonde commerciële behoeften. Dergelijke informatie zou onder andere betrekking kunnen hebben op onderzoek en technologische ontwikkeling die voortvloeien uit OTO-programma's van de EU;
  • geïntegreerde informatiediensten waarbij specifiek gebruik wordt gemaakt van mogelijkheden om industriële procedures en systemen te koppelen aan de behoefte aan informatiemarktprodukten. B.v. de ontwikkeling van technische informatie, zoals gegevens betreffende materiaalbeproeving, diewordt gekoppeld aan aanbestedings- en offertesystemen;
  • diensten die beantwoorden aan de behoefte van beleidmakers bij de overheid en van overheidsdiensten alsmede organisaties van werknemers en burgers om de beschikking te krijgen over wetenschappelijke informatie die is aangepast aan hun behoeften op specifieke gebieden, zoals de bescherming van de volksgezondheid.

Voor de projecten is de actieve deelneming vereist van vertegenwoordigers van de wetenschappelijke wereld en de gemeenschappen van eindgebruikers.

3.1.5 Selectiecriteria

Bij de beoordeling van de voorstellen zullen de volgende criteria worden gehanteerd:

  • formele criteria, met name:
    • tot de deelnemers moeten ten minste 4 onafhankelijke organisaties behoren waarvan ten minste één in een Lid-Staat van de Europese Unie en ten minste één andere in een andere staat binnen de Europese Economische Ruimte is gevestigd;
    • de voorstellen moeten een plan voor de verspreiding van de resultaten bevatten;
  • strategische criteria, met name:
    • de projecten moeten duidelijk aan de doelstellingen van het programma beantwoorden in die zin dat ze de Europese informatie-industrie stimuleren door hoogwaardige Europese multimediale informatie-inhoud als voorbeeld te presenteren;
    • zij moeten mogelijkheden voor een multiplicatoreffect bieden, b.v. door een belangrijke innovatie op het gebied van de toegang tot, de behandeling of de aflevering van broninformatie of door het creëren van nieuwe marktkansen;
    • zij moeten beantwoorden aan een geconstateerde behoefte en gericht zijn op een potentiële markt tegen de vermoedelijke kosten van het eindprodukt voor de gebruiker en door het gebruik van apparatuur en programmatuur die tegen het eind van het project algemeen beschikbaar zullen zijn;
  • technische waarde en deugdelijkheid van de aanpak, met name:
    • de algemene technische uitvoerbaarheid en de toepassing van zeer geschikte oplossingen;
    • de kwaliteit van de informatie-inhoud van het eindprodukt, d.w.z. de betrouwbaarheid, de diepgang, de dekking enz.;
    • blijk van inzicht in de omgeving en de informatiebehoeften van de gebruikers, waar mogelijk gevalideerd door verwijzing naar relevante verenigingen of representatieve groepen;
    • de toepassing van normen;
  • organisatie en beheer, inclusief de ervaring van de indieners, kwaliteitscontrole en beheersmethoden; commerciële en financiële aspecten, inclusief:
    • deugdelijkheid van het financiële plan en beschikbaarheid van de vereiste middelen;
    • financiële draagkracht van de indienende organisaties;
    • commerciële levensvatbaarheid van de voorgestelde produkten van het project.

3.1.6 Verspreiding van resultaten

Het is van essentieel belang dat de resultaten en de opgedane ervaring op zo ruim mogelijke schaal worden verspreid, teneinde ervoor te zorgen dat de gesteunde projecten een sterk effect hebben buiten de omgeving waarin ze ontwikkeld zijn. Er zullen tentoonstellingen, conferenties en soortgelijke evenementen voor geschikte doelgroepen worden geselecteerd en bijgewoond, waarop de resultaten van de ontwikkelingsprojecten zullen worden gepresenteerd en gedemonstreerd, teneinde de verworven kennis te verspreiden en verdere activiteiten in de inhoudproducerende industrie aan te moedigen. Voor alle gesteunde projecten geldt dat in de documentatie en het overige geproduceerde communicatiemateriaal melding dient te worden gemaakt van de verkregen steun.

3.1.7 Verdere acties

Andere activiteiten die een katalysatorfunctie ten aanzien van hoogwaardige multimedia-inhoud moeten vervullen, zijn onderzoeken naar de vorderingen en verdere behoeften van specifieke informatiesectoren, en naar methoden om investeringen in innovatie en grensoverschrijdende samenwerking bij de vervaardiging van multimediaprodukten aan te moedigen.

3.1.8 Benutting van synergie

Er zal nauwe samenwerking met andere programma's, inclusief medewerking bij de beoordeling van de ontvangen voorstellen, vereist zijn om te komen tot synergie met deze programma's en om de gesteunde projecten af te stemmen op de behoeften van de betrokken sectoren. Er zal met name worden gestreefd naar samenwerking met de programma's Telematicatoepassingen, Socrates, Leonardo da Vinci, MEDIA en RAPHAEL en met de programma's van verschillende voor het industriebeleid bevoegde sectoren, alsmede met relevante sectorale programma's zoals die op het gebied van handel, toerisme en sociale economie en de ambachtelijke sector.

3.1.9 Verwachte resultaten

In de loop van het vierjarenprogramma kan naar schatting steun worden verleend voor meer dan 100 projecten in de aanloop- of definitiefase, en voor ongeveer 30 projecten waarbij de aanvankelijke resultaten verder worden uitgewerkt tot de fase van de ontwikkeling en beproeving van prototypes. Verwacht wordt dat in totaal circa 500 organisaties zullen betrokken zijn bij de projecten, die in brede kringen belangstelling zullen wekken en bij honderden andere organisaties navolging zullen vinden. Door het gebruik van promotiemateriaal, de deelneming aan en demonstraties op tentoonstellingen en informatiedagen, en door evenementen ter uitwisseling van optimale praktijken zullen een katalysatoreffect en een grote zichtbaarheid worden verkregen. De resultaten van het IMPACT-programma, waar ca. 1 600 deelnemers (65% van het totaal) MKB-ondernemingen met minder dan 250 werknemers waren, geven een idee van de vermoedelijke mate van belangstelling en deelneming aan dit soort actie in het kader van INFO2000.Programmapunt

3.2 Verhandelen van multimediale intellectuele-eigendomsrechten

3.2.1 Achtergrond

Van oudsher worden intellectuele-eigendomsrechten individueel of collectief beheerd, en in het tweede geval wordt dit hoofdzakelijk per sector en per land georganiseerd. Met het aanbreken van het multimediatijdperk gaat deze situatie steeds meer een hinderpaal vormen voor de ontwikkeling van markten voor multimedia-inhoud, daar de tijd en de inspanningen die door de ontwikkelaars van multimediaprodukten moeten worden besteed aan het identificeren en verwerven van de diverse rechten, sterk toenemen met het aantal gegevenstypes en met het aantal landen waar de houders van rechten zijn gevestigd. Kleine ondernemingen en starters op de mediamarkt ondervinden het meest nadeel van het huidige systeem omdat zij vaker bestaand materiaal opnieuw willen gebruiken. Voor de ontwikkeling van paneuropese multimedia-inhoud is vaak basismateriaal uit verschillende Lid-Staten nodig.

Doeltreffende en doelmatige mechanismen voor het verhandelen van multimediarechten op Europees niveau zijn dan ook essentieel voor de ontwikkeling van de Europese multimedia-inhoudindustrie en fungeren als basisinfrastructuur voor alle betrokken partijen. Dank zij dergelijke mechanismen profiteren de houders van rechten van een grotere openstelling voor potentiële vraag, lagere transactiekosten, een grotere omzet, een grotere veiligheid en een efficiënter beheer van het bezit. Systemen voor het verhandelen van rechten bieden de ontwikkelaars van multimediaprodukten een ruimer aanbod van werken, een sterkere concurrentie aan de aanbodzijde, lagere transactiekosten, en een doelmatiger en doeltreffender projectbeheer. De eindgebruikers zullen eveneens profijt trekken van de hogere efficiëntie in de vorm van lagere eindgebruikersprijzen en een betere kwaliteit.

3.2.2 Doelstellingen

Het hoofddoel is bij te dragen aan de verbetering van de huidige omgeving voor het verhandelen van multimedia in de Unie door het vergroten van de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de procedures voor het verhandelen van rechten tussen de houders van rechten en de ontwikkelaars van multimediaprodukten. De voornaamste aandachtspunten zijn de organisatorische en functionele aspecten van systemen voor het verhandelen van multimediarechten, terwijl tevens gezorgd wordt voor een aanvulling op het regelgevingskader dat wordt behandeld in het Groenboek 'Het Auteursrecht en de Naburige Rechten in de Informatiemaatschappij' (COM(95) 382 def. van 19.07.1995). Bovendien worden de inspanningen gericht op systemen voor het verhandelen van multimediarechten waarbij specifiek de relatie tussen de houders van rechten en de ontwikkelaars van multimediaprodukten wordt ondersteund, veeleer dan algemene elektronische systemen voor auteursrechtenbeheer die op de omgeving van de eindgebruikers zijn gericht.

3.2.3 Acties

De acties zullen worden uitgevoerd in nauw overleg met alle betrokken partijen en in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel wat de rol van de particuliere en de openbare sector en van de Lid-Staten en de Unie betreft.

Zij omvatten een reeks ondersteunende activiteiten die zullen worden uitgevoerd door middel van aanbestedingen en proefprojecten die op basis van oproepen tot het indienen van voorstellen zullen worden geselecteerd.

De ondersteunende activiteiten zullen worden gestart bij de inwerkingtreding van het INFO2000-programma teneinde te voorzien in een strategisch kader voor de beoordeling van de huidige situatie en van ontwikkelingsscenario's met betrekking tot relevante commerciële, technologische, juridische en normalisatieaspecten. Zij zullen de basis leggen voor het bepalen van prioritaire gebieden waarop de oproepen tot het indienen van voorstellen voor proefprojecten betrekking moeten hebben, en zullen bijdragen aan de ontwikkeling van beleid op middellange en lange termijn.

Er zal steun worden verleend voor proefprojecten op een beperkt aantal prioritaire gebieden die de grondslagen leggen voor het efficiënter verhandelen van multimediarechten over de grenzen en de sectoren heen. Daarbij zullen commerciële, technologische, juridische en normalisatiemodellen worden geïdentificeerd, ontwikkeld en beproefd en zal de uitvoerbaarheid van de voorgestelde oplossingen worden aangetoond.

3.2.4 Benutting van synergie

Bij deze acties zal worden voortgebouwd op de relevante activiteiten inzake onderzoek en technologische ontwikkeling in het kader van het vierde kaderprogramma en zij zullen worden uitgevoerd rekening houdend met het beleid en de initiatieven van de Commissie op het gebied van onderwijs, opleiding, cultuur en MKB en met die van de structuurfondsen. Er zal rekening worden gehouden met de verwezenlijkingen van het Juridisch Adviescomité in het kader van IMPACT2 en met de resultaten van de overlegprocedure die door het Groenboek 'Het Auteursrecht en de Naburige Rechten in de Informatiemaatschappij' op gang is gebracht. Er zal rekening worden gehouden met lopende activiteiten op wereldniveau, zoals de normalisatie van werkidentificaties en informatieformaten, die in het kader van WIPO en ISO zijn ontwikkeld. Er zal met name rekening worden gehouden met de in het kader van het Esprit-programma verrichte werkzaamheden inzake technologische normalisatie en er zal nauwe samenwerking tot stand worden gebracht met projecten als Imprimatur (internationale normalisatie), Copysmart (ECMS) en Copearms (technologieoverdracht).

3.2.5 Verwachte resultaten

Doel van de voorgenomen acties is op een gecoördineerde manier het aanpassingsproces van het rechtenbeheerssysteem in het licht van de multimediaconvergentie en de internationalisering te versnellen. De voornaamste resultaten die voor de houders van rechten en de ontwikkelaars vanmultimediaprodukten worden verwacht, zijn lagere transactiekosten, intensivering van de transnationale en transsectorale activiteiten, en een efficiënter beheer van het bezit en van projecten. Voor de eindgebruikers worden minder dure produkten en een betere kwaliteit verwacht.

3.3 Begroting voor programmapunt 3

 


Datum BEGROTING % ECU
Programmapunt 3.1



1e oproep


- Projecten in de definitiefase
- Projecten in de uitvoerings fase
1996
1998
7,7
12,3
5 000 000
8 000 000
2e oproep


- Projecten in de definitiefase 
- Projecten in de uitvoerings fase 
- Project- en programmaondersteuning - Verspreiding 
1998 
1999 
1998/9 
1998/9
6,2
9,8
4,5 
3,5
4 000 000 
6 400 000 
2 930 000 
2 300 000
Totaal
44,0 28 630 000
Programmapunt 3.2


- Ondersteunende activiteiten
- Proefprojecten

1,2 
3,4
750 000 
2 250 000
Totaal
4,6 3 000 000
TOTAAL VOOR PROGRAMMAPUNT 3
48,7 31 630 000


PROGRAMMAPUNT 4: ONDERSTEUNENDE ACTIES

Programmapunt 4.1: Observeren en analyseren van de multimedia-inhoudmarkt

4.1.1 Achtergrond

Gezien de snelle veranderingen en het zeer heterogene karakter van de informatie-inhoudindustrie, die grotendeels bestaat uit kleine en middelgrote ondernemingen, is een flexibele en dynamische aanpak voor de uitvoering van het programma vereist in nauw overleg met de actoren in de industrie en met de gebruikers in de verschillende sectoren. De methoden, de benaderingswijzen en de verkregen resultaten zullen regelmatig opnieuw moeten worden bekeken, teneinde ervoor te zorgen dat gedurende de vierjarige looptijd van het programma de juiste doelstellingen worden gehandhaafd en op de doelmatigste en doelstreffendste wijze worden verwezenlijkt. Vanwege de toenemende internationalisering en convergentie moet worden geopteerd voor een transnationale en transsectorale aanpak.

De waardevolle ervaring die met het IMPACT-programma werd opgedaan, in het bijzonder met betrekking tot de strategische studies en de studies in de Lid-Staten, zal tot leidraad dienen voor toekomstige acties. Dergelijke studies zijn van essentieel belang om de communautaire beleidsmaatregelen bij te sturen, de bewustwording in zakelijke organisaties en bij de gebruikers te stimuleren, en om de Commissie en de nationale regeringen de basiselementen te verschaffen voor de ontwikkeling van beleidsmaatregelen en strategieën.

4.1.2 Doelstellingen

Het hoofddoel is bij te dragen aan een beter inzicht in de mogelijkheden, de veranderingen en de tendensen in de multimedia-inhoudindustrie. Dit inzicht zal worden verworven via gezamenlijke analyses en besprekingen, de ontwikkeling van scenario's en de gezamenlijke observatie van de desbetreffende markten en de ondervonden problemen. Het daaruit resulterende doorzicht moet het vertrouwen in de markt vergroten, nieuwe initiatieven vergemakkelijken, met name het MKB ten goede komen en helpen bij het bepalen en uitvoeren van beleidsmaatregelen van de overheid.

Daarom zullen de volgende doelstellingen worden nagestreefd:

  • het weergeven van de wensen van de inhoudindustrieën en van de gemeenschappen van informatiegebruikers;
  • het ontwikkelen van scenario's op lange termijn die worden geactualiseerd telkens als dit wordt gerechtvaardigd door belangrijke internationale ontwikkelingen op het gebied van markten, technologieën, industrieën en beleidsvormen;
  • het bestuderen van belangrijke thema's van gemeenschappelijk belang voor de marktpartijen in verschillende sectoren en in verschillende Lid-Staten,zoals juridische aspecten, kwaliteitsborging en sociaal-economische effecten van de ontwikkeling van multimedia-inhoud;
  • het onderzoeken van hinderpalen voor de ontwikkeling van de markt en van aanbevelingen aan de betrokken industrieën, overheden en gebruikers om deze hinderpalen te overwinnen;
  • het begeleiden van de uitvoering van INFO2000 door het formuleren van aanbevelingen over oriëntaties en prioriteiten.

4.1.3 Acties

Prominente deskundigen uit de inhoudindustrie, uit gebruikersgemeenschappen en uit de Lid-Staten zal worden verzocht het effect van multimedia op de inhoudindustrie en op de verschillende actoren in de informatiewaardeketen te observeren, te analyseren en te bespreken. Zij zullen de diverse segmenten vertegenwoordigen van het creëren, verspreiden en gebruiken van inhoud, alsmede de regelgevingsaspecten die van invloed zijn op inhoud, zoals auteursrechten, bescherming van persoonsgegevens, mediaconvergentie, universele dienstverlening, aansprakelijkheid en beveiliging. Deze vergaderingen zullen een forum vormen voor discussie, uitwisseling van ervaring en samenwerking tussen de verschillende segmenten van de inhoudindustrie, tussen Europese en nationale beleidmakers en tussen de aanbod- en de vraagzijde van de inhoudmarkt.

De prominente deskundigen zullen worden uitgenodigd door de Commissie in nauw overleg met de representatieve beroepsorganisaties en de Lid-Staten. Bovendien zullen specifieke task forums worden opgericht om de relevante thema's te bestuderen en het MIDAS-netwerk zal periodiek verslag uitbrengen over ontwikkelingen in de inhoudsector. Bij de activiteiten zal ook gebruik worden gemaakt van de inbreng van de relevante waarnemingsposten, onderzoekinstellingen en adviesorganen. Voorts zal profijt worden getrokken van de ervaring die werd opgedaan met het identificeren, uitwerken en bespreken van juridische vraagstukken die van belang zijn voor de Europese inhoudindustrie.

Er zullen acties worden opgezet om de veranderingen op de Europese en de mondiale inhoudmarkt te volgen en grondige analyses van belangrijke vraagstukken te maken in nauw overleg met de prominente deskundigen. Deze activiteiten zullen worden gegroepeerd rond vier grote thema's: de huidige en de toekomstige marktstructuur, inclusief de actualisering en de eventuele voortzetting van de in de Lid-Staten verrichte studies in het kader van IMPACT, gemeenschappelijke problemen binnen de Europese inhoudindustrie, strategische ontwikkelingen en concurrentievermogen, en ondersteunende beleidsmaatregelen van de overheid.

Er zal steun worden verleend voor het verrichten van een jaarlijks onderzoek naar de Europese inhoudindustrie onder auspiciën van de industrie, teneinde een overzicht te geven van de huidige situatie, problemen onder de aandacht te brengen en de vooruitzichten in de multimedia-inhoudsector te beschrijven.

4.1.4 Benutting van synergie

Er zal worden gestreefd naar synergie met verwante activiteiten van de Commissie (initiatieven m.b.t. de informatiemaatschappij, audiovisueel beleid, O&O-kaderprogramma, programma Socrates, programma Leonardo da Vinci), andere internationale organisaties, de Lid-Staten en relevante waarnemingsposten.

4.1.5 Verwachte resultaten

Deze activiteiten zullen bijdragen aan de verwezenlijking van de volgende doelstellingen: optimalisering van de kosteneffectiviteit van het programma, synergie met relevante openbare en particuliere initiatieven op mondiaal of nationaal niveau, en vergemakkelijking van de structurele aanpassing, met name voor het MKB. De resultaten zullen worden gepresenteerd tijdens workshops, conferenties en in publikaties en zullen in elektronische vorm worden verspreid via de WWW-server I'M EUROPE en het MIDAS-netwerk.Programmapunt

4.2: Bevorderen van de toepassing van multimedia-inhoudnormen

4.2.1 Achtergrond

Normen voor de structurering en de presentatie van gegevens zijn voor de multimedia-industrie van essentieel belang om de uitwisseling en het hergebruik van informatie in elektronische vorm te vergemakkelijken. Op een dergelijk nieuw gebied worden door veel verschillende organisaties specificaties ontwikkeld. Voor de ontwikkelaars van nieuwe systemen alsmede voor de eindgebruikers is het zeer moeilijk om de ontwikkelingen bij te houden teneinde de beste beslissingen te nemen.

4.2.2 Doelstellingen

Alle marktdeelnemers een overzicht verschaffen van de bestaande en in ontwikkeling zijnde normen en specificaties voor de structurering en presentatie van informatie en ervoor zorgen dat de inhoudindustrieën zich beter bewust worden van de voordelen die aan de toepassing van deze normen en specificaties verbonden zijn. Dit zal leiden tot aanzienlijke verbeteringen wat betreft de exploitatie, de toegankelijkheid, het onderhoud en het hergebruik van inhoud.

4.2.3 Acties

De acties zullen hoofdzakelijk bestaan in het opstellen en op grote schaal verspreiden van technische documentatie en het organiseren van discussieplatforms in de vorm van workshops en een elektronisch forum. Met name de volgende acties zullen worden uitgevoerd:

  • een lijst van normen en specificaties voor de multimedia-inhoudindustrie met regelmatige bijwerkingen, op papier en in elektronische vorm voor verspreiding op grote schaal, b.v. via I'M EUROPE, MIDAS-NET;
  • twee workshops per jaar over prioritaire thema's van programmapunt 3.1 en voor specifieke doelgroepen; feedback van de resultaten naar de industrie, de gebruikers en normalisatieforums;
  • publikatie van rapporten voor begeleiding bij het toepassen van normen; casestudy's over de beschikbaarheid en het gebruik van op normen gebaseerde zakelijke diensten voor het MKB;
  • enquêtes over standaardprodukten en -diensten, de kenmerken en functionaliteiten ervan, en de toepassing van normen in marktprodukten;
  • het opzetten van een elektronisch discussieforum op Internet voor de uitwisseling van ideeën en uitdrukkingen, als kanaal voor inbreng in het normalisatieproces en met name gericht op deelnemers uit het MKB.

4.2.4 Benutting van synergie

Het toepassingsgebied van deze activiteiten zal worden bepaald in nauwe samenwerking met de Commissiedienst die bevoegd is voor het Europese normalisatiebeleid. Er zullen passende maatregelen worden genomen en relaties tot stand worden gebracht om ervoor te zorgen dat de resultaten passen in het kader van breder opgezette initiatieven zoals een algemeen "Documentatiecentrum inzake normen" voor alle gebieden van de normalisatie. De inbreng voor de normenlijst zal worden verzameld door deskundigen die bij het normalisatieproces betrokken zijn. Er zal overleg worden gepleegd met DG XXII over gebieden waarop deze activiteiten van belang zijn voor de programma's Socrates en Leonardo da Vinci.

4.2.4 Verwachte resultaten

Deze acties zullen leiden tot een grotere transparantie en een groter besef van de voordelen van normen en specificaties bij alle marktdeelnemers. Er zal meer en betere informatie over bestaande en in de maak zijnde normen worden verstrekt, waardoor de ontwikkelaars en de kopers van informatiesystemen in staat zullen zijn om betere keuzen te maken.Programmapunt 4.3: Aanmoedigen van de ontwikkeling van vaardigheden op Europees niveau

4.3.1 Achtergrond

De intrede van de traditionele Europese informatieleveranciers in het tijdperk van multimedia en interactiviteit vereist nieuwe vaardigheden en combinaties van vaardigheden. Op lange termijn is het van essentieel belang dat deze nieuwe vaardigheden worden gedefinieerd en ontwikkeld binnen een gestructureerd kader dat in heel Europa in het hoger onderwijs is geïntegreerd. Er moet ook aandacht worden besteed aan het culturele en taalkundige erfgoed van Europa, zodat in een later stadium meer gebruik kan worden gemaakt van produkten en diensten die door de inhoudindustrie worden aangeboden.

4.3.2 Doelstellingen

De actie heeft ten doel het concurrentievermogen van de Europese informatie-industrie te vergroten door specifieke opleidingen in het gebruik van nieuwe informatietechnologieën, multimediatechnieken en informatierecht te stimuleren. Door de uitvoering van proefprojecten moet de nodige basis worden gelegd voor het opzetten van grootschalige acties in het kader van nationale of communautaire programma's.

4.3.3 Acties

De bijdrage van INFO2000 op dit gebied zal gericht zijn op:

  • het aanwijzen van de beschikbare opleidingscursussen en van leemten en tekortkomingen, teneinde een inventaris op te maken die zal worden verspreid, en de prioriteiten voor verdere actie te bepalen;
  • het ontwikkelen van een reeks bijscholingsmodules ten behoeve van het MKB in de informatie-industrie en van opleidingscentra die door samenwerking universiteit-industrie tot stand zijn gekomen;
  • het ontwikkelen van nieuwe diplomacursussen op experimentele basis op het gebied van de nieuwe beroepsvaardigheden die in de multimedia-inhoudindustrie vereist zijn, b.v. multimediatechnieken, multimediarecht en de opleiding van opleiders;
  • het verspreiden van de inventarissen en andere resultaten van de acties.

In nauwe samenwerking met DG V en DG XXII, de inhoudindustrie zelf en vertegenwoordigers van universiteiten, andere onderwijsinstellingen en organisaties voor beroepsopleiding zal de Commissie een reeks initiatieven nemen met het doel de beschikbare cursussen, optimale praktijken en leemten in het aanbod van opleidingen aan te wijzen. Dit zal een aantal duidelijke aanbevelingen opleveren voor de ontwikkeling en de organisatie van een beperkt aantal experimentele cursussen.

Er zullen oproepen tot het indienen van voorstellen worden gepubliceerd voor projecten voor gezamenlijke rekening voor de ontwikkeling, de organisatie en de evaluatie van experimentele cursussen. De evaluatie zal vooral gericht zijn op de ontwikkeling van een strategie voor de wijze waarop soortgelijke acties in de toekomst kunnen worden aangepakt. Er zal worden voorgesteld de verantwoordelijkheid voor de uitvoering te verdelen over de Europese Commissie, de onderwijssystemen van de Lid-Staten en de inhoudindustrie zelf. Voorts zal aandacht worden besteed aan de verspreiding van de resultaten van de onderzoek-en ontwikkelingsacties via de World Wide Web-server I'M EUROPE en het MIDAS-netwerk.

4.3.4 Benutting van synergie

Er zal overleg worden gepleegd met DG V, DG XXII en DG X teneinde ervoor te zorgen dat de steun voor opleidingsacties betreffende de behoeften van de multimedia-inhoudindustrie op zodanige wijze wordt verleend dat de complementariteit van de acties waarin de verschillende relevante communautaire programma's voorzien, wordt gegarandeerd.

4.3.5 Verwachte resultaten

Deze actie zal leiden tot een grotere bekendheid van de beschikbare opleidingscursussen, de verbetering van cursussen die leemten vertonen, en bijgevolg tot een verbetering van de vaardigheden in de multimedia-industrie.Programmapunt

4.4. Ontwikkelen en uitwisselen van optimale praktijken

4.4.1 Achtergrond

De opkomende multimedia-inhoudindustrie zal elementen van veel verschillende sectoren omvatten: audiovisuele aspecten, programmatuurontwikkeling, uitgeverij, bibliotheek- en informatiewetenschappers en ook expertise op uiteenlopende vakgebieden. De combinatie van deze verschillende culturen en vaardigheden biedt enorme mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen, maar doet problemen rijzen op twee specifieke gebieden: organisatie en creativiteit. Wat organisatie betreft, wordt in verschillende, van elkaar gescheiden omgevingen ervaring opgedaan met werken over verschillende disciplines en tradities heen: door de uitwisseling van deze ervaring met andere ondernemingen zal het algemene leerproces sneller verlopen en zullen de efficiëntie en de rendabiliteit worden vergroot. Met betrekking tot creativiteit brengen de huidige hoge kosten van de samenstelling en produktie van multimediaprodukten met zich mee dat veilige pragmatische oplossingen vaak worden verkozen boven experimentele, van verbeelding getuigende programma's. Daarom is een stimulans nodig om de identificatie en de zichtbaarheid van creatieve ontwikkelingen aan te moedigen, teneinde het innovatietempo te verhogen en de introductie van de nieuwe multimedia te versnellen.

4.4.2 Doelstellingen

Doel van de ontwikkeling en uitwisseling van optimale praktijken is het tempo van de veranderingen in de opkomende multimedia-industrie op te voeren en ervoor te zorgen dat vorderingen die in specifieke omgevingen worden gemaakt, tot algemeen nut snel aan de rest van de industrie worden doorgegeven.

4.4.3 Acties

Vanwege de beperkte begroting van INFO2000 zal de actie vooral worden gericht op de verspreiding van kennis en ervaring die worden verworven bij de uitvoering van projecten waarvoor steun wordt verleend in het kader van programmapunt 3.1, Katalyseren van hoogwaardige multimedia-inhoud.

De verspreiding omvat het demonstreren van prototypes en het presenteren van methodologieën tijdens geschikte evenementen zoals conferenties en tentoonstellingen. Er kunnen workshops en seminars worden georganiseerd in combinatie met de voorlichtingsacties in het kader van programmapunt 1.

Er zal worden gestreefd naar synergie met relevante acties die in de Lid-Staten worden uitgevoerd, zoals wordt bepaald in het kader van het beleid inzake het geïntegreerde programma ten behoeve van het MKB, en de actie zal worden gecoördineerd met het Comité voor de verbetering en vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat.

4.4.4 Verwachte resultaten

Deze actie zal bijdragen aan het vergroten van de efficiëntie en het concurrentievermogen van de Europese inhoudindustrie, die grotendeels uit kleineen middelgrote ondernemingen bestaat, via de verspreiding van informatie over de wijze waarop verschillende problemen in de nieuwe industrie het best kunnen worden aangepakt. De actie zal niet alleen voordelen opleveren voor nieuwe ondernemingen, maar ook voor gevestigde uitgevers, producenten van audiovisueel materiaal enz. die deelnemen aan nieuwe ondernemingen op het gebied van de publikatie van multimediaprodukten of on-line informatieverstrekking.

4.5 Begroting voor programmapunt 4

 



BEGROTING 
%
ECU
PP4.1
PP4.2
PP4.3
PP4.4
Observeren en analyseren van de markt 
Multimedia-inhoudnormen 
Ontwikkeling van vaardigheden 
Optimale praktijken
3,2 
1,5 
3,1 
-
2 070 000 
1 000 000 
2 000 000 
p.m.
TOTAAL VOOR PROGRAMMAPUNT 4 7,8 5 070 000


Bijlage 1:

Verband tussen INFO2000 en andere EU-programma's

 


Programmakenmerken
INFO2000 INFO2000 is een communautair programma dat Europese leveranciers van inhoud wil aanmoedigen om nieuwe multimediaprodukten en -diensten te ontwikkelen en dat de gebruikersvraag naar deze produkten en diensten wil stimuleren. INFO2000 beoogt gunstige voorwaarden te creëren voor de ontwikkeling van de Europese multimedia-inhoudindustrie en vult andere belangrijke beleidsmaatregelen aan die zijn aangekondigd in het actieplan van de Commissie COM(95) 347 def. "Europa op weg naar de informatiemaatschappij" zoals de liberalisering van telecommunicatie en de totstandbrenging van een stabiel regelgevingskader. In INFO2000 ligt het accent op de overgang van papieren naar elektronische uitgeverij en op de momenteel opkomende interactieve multimediadiensten. Om de knelpunten op de markt aan te pakken en om te voldoen aan de behoeften van gebruikers en producenten in dit marktsegment is het programma ingedeeld in drie punten: - acties om de vraag en de bewustwording te stimuleren, - acties om overheidsinformatie in Europa te exploiteren, - acties om het Europees multimediapotentieel te activeren.

In verband met INFO2000
IT EN ACTS IT en ACTS hebben betrekking op infrastructuurgerichte OTO-programma's op het gebied van informatietechnologieën (met name gericht op programmatuur, IT-componenten en -subsystemen en multimedia) en geavanceerde communicatietechnologieën (met name gericht op de technologische basis voor interactieve digitale multimediadiensten, fotonica, snelle netwerken, mobiele en persoonlijke communicatie, intelligente netwerken en ontwikkeling van diensten, en kwaliteit, beveiliging en veiligheid van communicatiediensten en -systemen). INFO2000 is daarentegen inhoudgericht en beoogt hoofdzakelijk de toepassing van bestaande en toekomstige technologieën en verkleint de afstand tussen onderzoek en de markt. Vooral in tegenstelling tot het ACTS-programma is INFO2000 neutraal ten opzichte van het verspreidingskanaal en gericht op het stimuleren van multimedia-inhoud voor netwerk- en off-line-oplossingen. Kort samengevat stimuleren IT en ACTS het vereiste onderzoek om betere informatie-infrastructuren van de toekomst te leveren, terwijl INFO2000 zich bezighoudt met inhoudproduktie, verspreiding en toegang via bestaande en toekomstige technologische voorzieningen op basis van voorafgaand onderzoek. INF02000 zal dan ook voortbouwen op de resultaten van de programma's IT en ACTS naarmate deze beschikbaar komen.
TELEMATICA In het specifiek programma Telematicatoepassingen van algemeen belang, dat gericht is op toegepast onderzoek, netwerken en toepassingen, ligt het accent op toepassingen in de overheidssector. INFO2000 is neutraal ten opzichte van het verspreidingskanaal en wilgunstige voorwaarden scheppen voor de ontwikkeling van de particuliere inhoudindustrie. Kort samengevat stimuleert Telematica toegepast onderzoek voor een beperkt aantal toepassingsgebieden in de overheidssector zoals gezondheidszorg, onderwijs, vervoer en bibliotheken, die een voorbeeldfunctie hebben op gebieden die onder de overheid ressorteren, terwijl maatregelen die worden voorgesteld in het kader van INFO2000 gericht zijn op het scheppen van gunstige voorwaarden voor de ontwikkeling van de particuliere Europese multimedia-inhoudindustrie en van de multimedia-inhoudmarkt, waar informatieprodukten en -diensten op commerciële basis worden verhandeld.
MEDIA II MEDIA II is gericht op de specifieke behoeften van de audiovisuele sector, die deel uitmaakt van de inhoudindustrie. INFO2000 zal bijdragen tot de totstandkoming van een omvattend Europees inhoudbeleid, gericht op de segmenten gedrukte en elektronische media, ter aanvulling van door de Commissie voorgestelde maatregelen voor het inhoudbeleid ten behoeve van de audiovisuele sector. In INFO2000 ligt de klemtoon op de overgang van gedrukte naar elektronische media en op de snel opkomende interactieve multimediale informatiediensten. Kort samengevat zijn beide programma's op verschillende segmenten van multimediale inhoud gericht en voorzien zij in acties die op de specifieke behoeften van elk segment zijn afgestemd.
RAPHAËL RAPHAËL is een instrument voor culturele actie van de EU, terwijl INFO2000 fundamenteel een instrument is van het EU-beleid inzake de informatiemaatschappij. INFO2000 is essentieel een horizontaal programma dat gericht is op meer algemene vraagstukken met betrekking tot de informatiemaatschappij. RAPHAËL heeft betrekking op een breed scala van sectorspecifieke beleidsmaatregelen die relevant zijn voor het culturele erfgoed van de EU, terwijl INFO2000 een beperkt aantal acties voorstelt die gericht zijn op structurele problemen die een aantal sectoren gemeenschappelijk hebben. Wat beide programma's gemeen hebben, ligt op het terrein van de wisselwerking tussen de multimediatoepassingen om het cultuurbezit meer zichtbaar, toegankelijk en betaalbaar te maken als onderdeel van culturele actie (RAPHAËL) en de exploitatie van het cultuurbezit ten behoeve van de ontwikkeling van de inhoudindustrie (INFO2000). Kort samengevat zijn INFO2000 en RAPHAËL verschillend wat het algemeen beleidsterrein, de beoogde sector en het spectrum van voorgestelde acties betreft. Beide programma's vullen elkaar echter aan op een beperkt gemeenschappelijk terrein, wat de exploitatie van het Europese culturele erfgoed via multimedia betreft.
SOCRATES EN LEONARDO Het Socrates-programma voorziet met name in de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, samenwerking tussen instellingen, bevordering van de mobiliteit van docenten en studenten, erkenning van diploma's, en open en afstandsonderwijs. In het Leonardo da Vinci-programma ligt het accent op steun voor de verbetering van de beroepsopleidingsmaatregelen, inclusief samenwerking tussen universiteiten en bedrijven, ten behoeve van ondernemingen en werknemers, en steun voor de ontwikkeling van de talenkennis en de kennis en verspreiding van informatie op het gebied van beroepsopleiding. Het Gemeenschappelijk kader van doelstellingen voor Leonardo omvat het bevorderen van de ontwikkeling van methoden voor zelfstudie op de werkplek en methoden van open en afstandsonderwijs en -opleiding, met name om de toegang tot de voortgezette beroepsopleiding te bevorderen. Er is mogelijkheid tot coördinatie tussen deze programma's en INFO2000 teneinde ervoor te zorgen dat de verschillende acties die daarin worden ondernomen, elkaar aanvullen.
MKB EN DE AMBACHTE-
LIJKE SECTOR
Het doel van het Geïntegreerd programma ten behoeve van het MKB en de ambachtelijke sector is in het kader van het Witboek op gecoördineerde wijze maatregelen te initiëren ter bevordering van het overleg tussen de Lid-Staten en, zo nodig, van de coördinatie tussen de Lid-Staten teneinde het ondernemingsklimaat te verbeteren door het vereenvoudigen van de administratieve procedures, het bevorderen van steunmaatregelen voor ondernemingen en het bepalen van wijzen waarop de Gemeenschap tot de ontwikkeling van ondernemingen kan bijdragen. In het kader van het programma "Technische stimuleringsmaatregelen (TSM) voor het MKB" voorziet de telematicadienst ARCADE voor de meeste programma's in nationale steunpunten, een INFOPACK TSM, het bestellen van documenten en advies over premies voor de verkennende fase. INFO2000 is gericht op de multimedia-inhoudindustrie die, behalve uit een beperkt aantal internationale en wereldwijde ondernemingen, hoofdzakelijk uit kleine en middelgrote ondernemingen bestaat. Het programma INFO2000 is gericht op het stimuleren van deze sector en van de gebruikers. Kort samengevat vullen het Geïntegreerd programma en INFO2000 elkaar uitstekend aan ter verbetering van de concurrentiekracht van het MKB in Europa.
IDA IDA (Interchange Data between Administrations) beoogt doeltreffende oplossingen voor de uitwisseling van gegevens tussen de overheidsdiensten van de Lid-Staten, de Commissie en de Instellingen van de Europese Unie via transeuropese netwerken voor elektronische datatransmissie. Met de netwerken die in het kader van IDA tot stand zijn of zullen worden gebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van het INFO2000-programma rekening worden gehouden.

Bijlage 2:

Communautaire netwerken op met het MIDAS-NET verwante gebieden

 

Acroniem Naam Aantal Doelgroep Taken Bevoegd DG
MIDAS-
NET
MultimediaInformationDemonstration AndSupport nodes 20 MKB en bibliotheken Organiseren van bewustmakings- en voorlichtingscampagnes met betrekking tot nieuwe informatiediensten DG XIII
EDC Europese Documentatiecentra 357 Hoger onderwijs en onderzoekgemeenschappen Verlenen van hulp aan onderwijsinstellingen op het gebied van Europese integratie DG X
EIC Euro Info Centres 213 MKB Verspreiding van informatie en verlening van pasklaar advies betreffende communautaire wetgeving, normen, programma's en financiering DG XXIII
BC-NET Business Co-operation Network 600 Kamers van koophandel, adviseurs, regionale ontwikkelingsmaatschappijen Aanmoeding van partnerschap en samenwerking tussen kleine en middelgrote ondernemingen uit verschillende Lid-Staten DG XXIII
UETP University Enterprise Training Programme 205 Universiteiten, onderzoekcentra en industrie Opleidingsbehoeften aanwijzen Opleidingsprogramma's organiseren De uitwisseling van deskundigen organiseren DG XXII
Value Relay Centra Het Netwerk van Relay Centra voor Europees OTO 35 Industrie, universiteiten en onderzoekcentra Bevordering van de geïnformeerdheid over EU-onderzoekprogramma's, van de verspreiding van onderzoekresultaten, en van de exploitatie van onderzoekresultaten DG XIII
ISPO Information Society Project Office 1 MKB, overheidsdiensten, IT-fabrikanten, inhoudleveranciers, universiteiten en gebruikersgroepen Het ondersteunen, bevorderen en oriënteren van particuliere en overheidsacties op het gebied van de informatiemaatschappij DG XIII
NHC National Host Centres 15 Ontwikkelaars in de IT-sector die behoefte hebben aan toegang tot breedbandnetwerken voor onderzoek en experimenten Het aantonen van het nut van breedbandnetwerken in de Lid-Staten door het verlenen van steun aan informatieleveranciers, niet aan gebruikers DG XIII
MSN Multimedia Support Networks selectie aan de gang De Europese industrie en de Europese multimedia-industrie Het verlenen van een aantal diensten die voorzien in de behoeften van EU-organisaties die multimediasystemen, multimedia-inhoud en/of multimediatoepassingen produceren. Het bepalen en toepassen van optimale praktijken met betrekking tot diensten ter ondersteuning van multimedia DG III

NB De bovenstaande lijst bevat alleen de voornaamste netwerken die op met het MIDAS-NET verwante gebieden functioneren. Nog andere netwerken werden tot stand gebracht in het kader van het programma Telematicatoepassingen, b.v. Nationale steunpunten voor bibliotheken.


Home - Gate - Back - Top - Wkprnl - Relevant