info2000 logo Introduction and documentation 


back to i*m europe 

back to info2000

navigation graphic
BESCHIKKING VAN DE RAAD

van tot vaststelling van een meerjarenprogramma van de Gemeenschap ter bevordering van de ontwikkeling van een Europese multimedia-inhoudindustrie en ter aanmoediging van het gebruik van multimedia-inhoud in de opkomende informatiemaatschappij.


Interinstitutioneel dossier
Nr. 95/0156 (CNS)
4245/1/96
REV 1 LIMITE ECO 6 CULTURE 2


Beschikking van de Raad

Bijlage I : Programmapunten van INFO2000

Bijlage II: Indicatieve Verdeling van de Uitgaven

Bijlage III: Wijze van Tenuitvoerlegging van INFO2000


DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130, lid 3,

gezien het voorstel van de Commissie, (1)

gezien het advies van het Europees Parlement, (2)

gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité, (3)

gezien het advies van het Comité voor de regio's (4)

(1)overwegende dat de Europese inhoudindustrie een aanzienlijke bijdrage kan leveren tot de bevordering van de groei, de verbetering van het concurrentievermogen en de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de Gemeenschap, zoals beschreven in het Witboek over "Groei, concurrentievermogen, werkgelegenheid - Naar de 21e eeuw : wegen en uitdagingen" ;

(2)overwegende dat de Europese Raad op 10-11 december 1993 te Brussel heeft besloten op basis van dat Witboek een actieplan ten uitvoer te leggen bestaande uit concrete maatregelen zowel op het niveau van de Gemeenschap als op het niveau van de Lid-Staten, met name op het gebied van informatie-infrastructuren en nieuwe toepassingen, waarvoor nieuwe inhoud vereist is ;

(3)overwegende dat de Europese Raad op 24-25 juni 1994 te Korfoe nota heeft genomen van de Aanbevelingen van de Groep van Prominenten op het gebied van de Informatiemaatschappij, zoals geformuleerd in het rapport "Europa en de wereldwijde informatiemaatschappij", en onderstreepte dat de Gemeenschap en de Lid-Staten een belangrijke rol te spelen hebben bij de totstandbrenging van de informatiemaatschappij door een politieke stimulans te geven, een duidelijk en stabiel regel- en wetgevingskader te scheppen, en het goede voorbeeld te geven op de onder hen ressorterende gebieden ;

(4)overwegende dat in het actieplan van de Commissie "Europa op weg naar de informatiemaatschappij : een actieplan" het belang van inhoud wordt erkend en wordt bepaald dat de Commissie middelen zal voorstellen ter bevordering van de totstandkoming van gunstige voorwaarden voor leveranciers van inhoud om hun vaardigheden en produkten aan de nieuwe multimedia-omgeving aan te passen, en ter bevordering van het gebruik van nieuwe informatiediensten ;

(5)overwegende dat de Raad op 28 september 1994 de bijzondere urgentie benadrukte van de noodzaak om het concurrentievermogen van de Europese inhoudindustrie op de wereldmarkt te vergroten, daarbij rekening houdend met de culturele verscheidenheid en de impact van deze produkten op de samenleving ;(6)overwegende dat de Europese Raad op 9-10 december 1994 te Essen het belang van inhoud voor de totstandbrenging van de informatiemaatschappij heeft onderstreept ;

(7)overwegende dat in de Resolutie van de Raad van 4 april 1995 over cultuur en multimedia (5) [PB nr. C 247 van 23.09.1995, blz. 1.] de nadruk wordt gelegd op het belang van multimedia ten einde de ontwikkeling van de inhoudindustrie te vergemakkelijken en de toegang van de burgers tot het cultureel erfgoed te verbeteren, alsmede op de katalysatorfunctie van de Lid-Staten en de Gemeenschap bij de creatie, produktie en distributie van kwalitatieve, culturele multimediaprogramma's ;

(8)overwegende dat de drie strategische doelstellingen op lange termijn van het inhoudbeleid van de Unie moeten zijn de ontwikkeling van de Europese inhoudindustrie te vergemakkelijken, de bijdrage van de nieuwe informatiediensten tot groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid in Europa te optimaliseren, en de bijdrage van geavanceerde informatiediensten tot de professionele, sociale en culturele ontwikkeling van de Europese burgers te maximaliseren ;

(9)overwegende dat er talrijke hinderpalen zijn voor de ontwikkeling van een Europese multimedia-inhoudindustrie en -markt, die de overgang naar een informatiemaatschappij belemmeren ;

(10)overwegende dat de Gemeenschap moet voortbouwen op de sterke concurrentiepositie die zij in enkele inhoudsectoren heeft, en dat haar concurrentiepositie in andere inhoudsectoren moet worden versterkt ;

(11)overwegende dat de behoeften van de gebruikers van informatiediensten, met name in het midden- en kleinbedrijf (MKB) en in de minder ontwikkelde regio's van de Gemeenschap, bijzondere aandacht verdienen ;

(12)overwegende dat moet worden voorzien in maatregelen om de deelneming van het MKB aan dit programma aan te moedigen ;

(13)overwegende dat met het oog op de interne samenhang van de Gemeenschap en gezien de risico's die zijn verbonden aan een informatiemaatschappij met twee snelheden, speciaal rekening moet worden gehouden met de verschillende ontwikkelingstempo's inzake het aanbod en het gebruik van informatiediensten in de Lid-Staten ;

(14)overwegende dat bij inhoudgerichte acties van de Gemeenschap rekening moet worden gehouden met de taalkundige verscheidenheid in de Europese Unie en initiatieven om de multimedia-inhoud in de talen van de Lid-Staten ter beschikking te stellen moeten worden gestimuleerd ;

(15)overwegende dat de beleidsacties in het kader van dit programma ter versterking van de positie van de Europese inhoudindustrie een aanvulling zullen zijn op andere inhoudgerichte acties, met name die welke betrekking hebben op de audiovisuele sector (6) [Besluit 93/424/EEG van de Raad van 22 juli 1993 tot vaststelling van een Actieplan voor de invoering van geavanceerde televisiediensten in Europa (PB nr. L 196 van 05.08.1993, blz. 48) ; Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de co ö rdinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de Lid-Staten inzake de uitoefening van televisie - omroepactiviteiten (PB nr. L 298 van 17.10.1989, blz. 23).] (film en televisie) ;

(16)overwegende dat acties inzake het inhoudbeleid een aanvulling moeten zijn op andere lopende nationale en communautaire initiatieven, zoals met name in het actieplan van de Commissie "Europa op weg naar de informatiemaatschappij : een actieplan" wordt beschreven, en in synergie met programma's van het Vierde Kaderprogramma (programma's voor geavanceerde technologie, technologie, geavanceerde communicatiediensten en telematica), met de beleidsmaatregelen en initiatieven van de Commissie op het gebied van onderwijs (7) [Besluit 94/819/EG van de Raad van 6 december 1994 tot vaststelling van een actieprogramma voor de ontwikkeling van een beleid van de Europese Gemeenschap inzake beroepsopleiding (PB nr. L 340 van 29.12.1994, blz. 8).] , beroepsopleiding, cultuur en MKB, alsook met de Structuurfondsen moeten worden uitgevoerd ;

(17)overwegende dat de Commissie met adequate coördinatiemechanismen dient te zorgen voor complementariteit en synergie met aanverwante communautaire initiatieven en programma's ;

(18)overwegende dat de voortgang van dit programma voortdurend en systematisch dient te worden gevolgd ten einde het, waar nodig, aan te passen aan de ontwikkelingen op de multimedia-inhoudmarkt ; dat te zijner tijd een onafhankelijke evaluatie van de voortgang van het programma dient te worden verricht, ten einde de nodige achtergrondinformatie te verkrijgen om de doelstellingen van latere acties inzake het inhoudbeleid te bepalen ; dat aan het eind van dit programma een evaluatie van de verkregen resultaten dient te worden verricht in het licht van de in deze beschikking uiteengezette doelstellingen ;

(19)overwegende dat de acties in het kader van dit programma op geen enkele manier de concurrentievoorschriften van de Gemeenschap in het gedrang mogen brengen ;

(20)overwegende dat acties van dit programma in verband met de exploitatie van Europa's overheidsinformatie ten uitvoer moeten worden gelegd overeenkomstig artikel 128 van het Verdrag en gericht moeten zijn op informatieverzamelingen van de overheid op gebieden als bedrijfs- en juridische informatie, systemen voor het verlenen van auteursrechten en octrooien, onderwijs- en opleidingsinstellingen, bibliotheken, musea, historische archieven, en architectonische en industriële objecten ; dat door deze acties op geen enkele wijze afbreuk mag worden gedaan aan de vertrouwelijkheid van informatie in het bezit van de overheid, zoals informatie die de nationale veiligheid, de landsverdediging, de openbare veiligheid of de preventie, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van delicten aanbelangt ;

(21)overwegende dat het met het oog op de tenuitvoerlegging van dit programma nuttig kan zijn activiteiten in samenwerking met internationale organisaties en derde landen uit te voeren ;

(22)overwegende dat de duur van het programma moet worden vastgesteld ;(23)overwegende dat in dit besluit voor de gehele looptijd van het programma een financieel referentiebedrag wordt opgenomen in de zin van punt 2 van de verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 6 maart 1995, waarbij de in het Verdrag vastgestelde bevoegdheden van de begrotingsautoriteit onverlet worden gelaten,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD :

Artikel 1

Er wordt een programma (INFO 2000) vastgesteld met de volgende doelstellingen :

  • gunstige voorwaarden voor de ontwikkeling van de Europese multimedia-inhoudindustrie scheppen ;
  • de vraag naar en het gebruik van multimedia-inhoud stimuleren ;
  • tot de ontwikkeling van de Europese burgers op professioneel, sociaal en cultureel gebied bijdragen ;
  • bijdragen tot kennisuitwisseling tussen gebruikers en leveranciers van multimediaprodukten en kennisinfrastructuur.

In deze richtlijn wordt onder multimedia-inhoud verstaan in digitale vorm opgeslagen en interactief toegankelijke combinaties van gegevens, tekst, geluid, grafieken, animatie, stilstaande en bewegende beelden.De doelstellingen van het programma zullen toegespitst zijn op de segmenten druk en electronic publishing van de inhoudindustrie, en op haar bijdrage van informatiediensten ter bevordering van groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid in Europa, terwijl ook de bijdrage van de audiovisuele segmenten van de inhoudindustrie tot de ontwikkeling van een Europese multimedia-inhoudindustrie wordt erkend.

Artikel 2

Ten einde de in artikel 1 vermelde doelstellingen te verwezenlijken, worden onder leiding van de Commissie en in overeenstemming met de in bijlage Iuiteengezette programmapunten en de in bijlage III in detail beschreven wijze van tenuitvoerlegging de volgende acties uitgevoerd :

  • stimulering van de vraag en van de bewustwording ;
  • exploitatie van overheidsinformatie in Europa ;
  • activering van het Europees multimediapotentieel ;
  • ondersteunende acties.
Artikel 3

Het programma bestrijkt een periode van vier jaar vanaf 1 januari 1996 tot 31 december 1999. Het financiële referentiebedrag voor de uitvoering van dit programma voor het tijdvak van 01.01.1996 tot 31.12.1999 beloopt 65 miljoen ecu.De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten. Bijlage II geeft een indicatieve verdeling van de uitgaven.

Artikel 4

1. De Commissie is belast met de tenuitvoerlegging van het programma. De Commissie wordt bijgestaan door een Comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie. 2. De in artikel 5 vastgestelde procedure is van toepassing op :

  • de aanneming van het werkprogramma ;
  • de verdeling van de begrotingsuitgaven ;
  • de criteria en de inhoud van de oproepen tot het indienen van voorstellen ;
  • de beoordeling van de projecten die overeenkomstig de oproepen tot het indienen van voorstellen voor communautaire financiering zijn ingediend en het geraamde bedrag van de communautaire bijdrage voor elk project zo die 200.000 ecu of meer bedraagt ;
  • de maatregelen betreffende de evaluatie van het programma ;- afwijkingen van de normaal geldende, in bijlage III opgenomen bepalingen ;
  • deelneming aan projecten door rechtspersonen uit derde landen en internationale organisaties.

3. Indien de in lid 2, vierde streepje, bedoelde communautaire bijdrage lager is dan 200.000 ecu, stelt de Commissie het Comité in kennis van de projecten en van de resultaten van de beoordeling daarvan.

4. De Commissie stelt het Comité regelmatig in kennis van de voortgang van de tenuitvoerlegging van het programma in zijn geheel.

Artikel 5

De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de Voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De Voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het comité.Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité of indien geen advies is uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel in betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Indien de Raad, na verloop van een termijn van drie maanden na de indiening van het voorstel bij de Raad, geen besluit heeft genomen, worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld.

Artikel 6

1. Om te waarborgen dat de communautaire steun doeltreffend wordt aangewend, zorgt de Commissie ervoor dat de acties uit hoofde van deze beschikking onderworpen worden aan een doelmatige beoordeling vooraf, controle en een daaropvolgende evaluatie.

2. Tijdens de tenuitvoerlegging van de projecten en na hun voltooiing evalueert de Commissie de wijze waarop ze zijn uitgevoerd en het effect van hun tenuitvoerlegging om na te gaan of de oorspronkelijke doelstellingen zijn bereikt.

3. De geselecteerde begunstigden leggen jaarlijks een verslag voor aan de Commissie.

4. Na drie jaar en aan het eind van de looptijd van het programma dient de Commissie, na bestudering door het in artikel 5 bedoelde Comité, bij het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een evaluatierapport in over de resultaten van de tenuitvoerlegging van de in artikel 2 bedoelde programmapunten. De Commissie kan op basis van deze resultaten voorstellen doen om het programma bij te sturen.

Artikel 7

Deelneming aan dit programma kan overeenkomstig de procedure van artikel 5 zonder financiële steun van de Gemeenschap uit hoofde van dit programma, worden toegestaan aan in derde landen gevestigde rechtspersonen en aan internationale organisaties, op voorwaarde dat deze deelneming op doeltreffende wijze bijdraagt tot de tenuitvoerlegging van het programma en het beginsel van het wederzijdse voordeel in acht wordt genomen.

Artikel 8

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Luxemburg,

Voor de Raad
De Voorzitter


BIJLAGE I: PROGRAMMAPUNTEN VAN INFO 2000

PROGRAMMAPUNT 1 : Stimulering van de vraag en van de bewustwording

Het feit dat de mogelijkheden van de nieuwe multimediale informatieprodukten en -diensten te weinig bekend zijn, vormt een van de belangrijkste redenen waardoor de vraag wordt afgeremd. Dit programmapunt draagt ertoe bij dat de situatie weer in evenwicht wordt gebracht door een Europese dimensie toe te voegen aan bewustmakingsactiviteiten en activiteiten ten behoeve van gebruikersgroepen die op nationaal en regionaal niveau worden uitgevoerd. Er zal vooral aandacht worden besteed aan het bevorderen van de ontwikkeling van de vraag in minder ontwikkelde en perifere regio's van de Gemeenschap.

1.1.Creëren van nieuwe markten door de bewustwording van specifieke gebruikersgroepen op Europees niveau te stimuleren

In het kader van het IMPACT-programma is in de Lid-Staten een netwerk opgezet van organisaties die verantwoordelijk zijn voor bewustmakings- en voorlichtingscampagnes over de nieuwe informatiediensten. Deze taak wordt in sommige Lid-Staten uitgevoerd door organisaties als kamers van koophandel, beroepsorganisaties of overheidsdiensten. Door in een Europees netwerk samen te werken, kunnen deze organisaties aan hun activiteiten een Europese dimensie toevoegen.

Deze succesvolle formule zal in het kader van INFO 2000 worden voortgezet en uitgebreid. De deelneming van de Gemeenschap aan het netwerk als katalysator en coördinator voegt aan de individuele activiteiten waarde toe en plaatst deze in een duidelijke Europese context. Naast het verlenen van steun voor specifieke activiteiten met een Europese dimensie zal de Commissie de uitwisseling van kennis en ervaring, het gebruik van gezamenlijke communicatie- en informatievoorzieningen en samenwerking tussen de diverse organisaties in gezamenlijke projecten aanmoedigen.De organisaties die van het netwerk deel uitmaken, zullen de volgende taken uitvoeren :

  • toegang bieden tot informatieverzamelingen en catalogi in heel de Gemeenschap ;
  • de toegang tot de Europese informatiesnelwegen demonstreren en vergemakkelijken ;
  • gebruikers advies verstrekken over de mogelijke bronnen die voorzien in hun behoeften op het gebied van multimedia-inhoud, zowel op nationaal als op internationaal niveau ;
  • geco

ördineerde Europese bewustmakingscampagnes op nationaal of regionaal niveau stimuleren.

De voornaamste doelgroep van de acties zullen kleine en middelgrote ondernemingen en bibliotheken zijn. De eigenlijke selectie van specifieke doelgroepen zal worden overgelaten aan de relevante nationale en regionale organisaties, daar zij het dichtst bij de doelgroepen staan. Na een oproep tot het indienen van voorstellen zullen in totaal zo'n 30 organisaties voor deelneming aan het netwerk worden geselecteerd op basis van de volgende criteria : kennis van de plaatselijke informatiemarkt, affiniteit met de beoogde doelgroepen en bereidheid om in een Europees netwerk te werken. Acties die gericht zijn op het bevorderen van de belangen van vrouwen bij nieuwe informatiediensten, zullen worden aangemoedigd.Het netwerk zal samenwerken met andere relevante nationale organisaties. Het zal nauw contact onderhouden met andere door de Gemeenschap gesteunde organisaties en netwerken die een aanvullende taak hebben, zoals het Projectbureau voor de informatiemaatschappij (Information Society Project Office - ISPO), de Euro Info Centres (EIC's), het Business Cooperation Network (BC-NET), de Value Relay Centra en de University-Enterprise Training Partnerships (UETP's). Organisaties die van deze netwerken deel uitmaken, kunnen naar aanleiding van de oproep tot het indienen van voorstellen worden geselecteerd. Het nodige zal worden gedaan om parallelle of elkaar overlappende netwerken te vermijden. Er zal worden gestreefd naar synergie met en secundaire effecten van andere bewustmakingsactiviteiten binnen het vierde OTO-kaderprogramma, zoals de programma's Geavanceerde communicatietechnologieën en -diensten (ACTS) en Telematicatoepassingen.

1.2.Stimulering van paneuropese gebruikersgroepen

Een bloeiende vraagzijde is belangrijk voor de ontwikkeling van een gezonde markt voor geavanceerde informatieprodukten en -diensten zoals multimedia. Gezien de snelle ontwikkelingen op de informatiemarkt kan een geregelde dialoog tussen leveranciers en gebruikers het overgangsproces vlotter doen verlopen. In het algemeen is de aanbodzijde beter georganiseerd dan de vraagzijde, zowel op nationaal als op Europees niveau. In twee van de drie segmenten van de multimediasector - informatietechnologie en telecommunicatie - organiseren de gebruikers zich op nationaal en Europees niveau steeds beter.In het derde segment van de multimediasector - de inhoudindustrie - is de vraagzijde veel minder georganiseerd en meer versnipperd. De band tussen de leveranciers van inhoud en de gebruikers is steeds indirect, m.a.w. door middel van intermediairs, verlopen. Onder invloed van de nieuwe communicatienetwerken is deze situatie echter aan het veranderen. Ook in de inhoudsector wordt de behoefte om tot rechtstreekse relaties tussen leveranciers en gebruikers te komen, steeds sterker. Op nationaal niveau beginnen beroeps- en brancheorganisaties dit probleem aan te pakken. Voor een succesvolle ontwikkeling van de Europese multimediale inhoudmarkt is het echter belangrijk dat gebruikers zich ook op Europees niveau organiseren.

De in het kader van INFO 2000 geplande acties hebben ten doel dit proces te stimuleren door aan te sporen tot samenwerking en uitwisseling van ervaring tussen nationale gebruikersgroepen, waardoor het ontstaan van Europese groepen wordt aangemoedigd. Er zullen specifieke maatregelen worden genomen die zijn afgestemd op de voornaamste problemen van de gebruikers, zoals kwaliteitsgarantie en aansprakelijkheid. Het netwerk van voorlichtingsorganisaties zal de situatie in de diverse Lid-Staten analyseren en een katalyserende rol spelen bij het opzetten van paneuropese gebruikersgroepen.

PROGRAMMAPUNT 2 : Exploitatie van overheidsinformatie in Europa

De overheidssector verzamelt en produceert grote hoeveelheden informatie, waarvan een groot deel van belang is voor personen en ondernemingen, en die als basismateriaal kunnen dienen voor informatiediensten met toegevoegde waarde die door de inhoudindustrie worden geproduceerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor officiële diensten voor de statistiek op regionaal, nationaal of Europees niveau.

Drie reeksen acties zullen bijzonder nuttig zijn bij de ondersteuning van de overheidssector bij het vervullen van deze rol en bij de exploitatie van het potentieel van deze sector op Europees niveau, waarbij de bevoegdheid van de autoriteiten van de betreffende Lid-Staten inzake toepassing van culturele programma's onverlet wordt gelaten.

  • ontwikkeling van beleidsmaatregelen voor toegang tot en exploitatie van overheidsinformatie;
  • koppelen van gidsen van Europese overheidsinformatie ;
  • gebruik maken van bij de overheid aanwezige inhoudbronnen.

Er zal vooral aandacht worden besteed aan een betere toegang vanuit de perifere regio's van de Gemeenschap.

Dit programmapunt heeft niet tot doel de harmonisatie van de Europese cultuur in de hand te werken.

2.1.Ontwikkelen van beleidsmaatregelen voor toegang tot en exploitatie van overheidsinformatie

In de Lid-Staten zijn de regels voor toegang tot overheidsinformatie zeer verschillend en in sommige gevallen zelfs onbestaande. Bij de overgang naar de informatiemaatschappij kan deze situatie een belemmering vormen voor volwaardige deelneming van personen en ondernemingen in heel Europa en kansengelijkheid in de weg staan. Er moeten dan ook op Europees niveau initiatieven worden genomen om een beleid te ontwikkelen dat leidt tot gemakkelijkere toegang tot en exploitatie van informatie in het bezit van de overheid, in het bijzonder voor de informatiebronnen van Europees belang.De Commissie zal in nauwe samenwerking met de Lid-Staten en met de marktpartijen een groenboek opstellen waarin de situatie in de verschillende Lid-Staten, de positie van de Gemeenschap in een mondiale context en de verschillende mogelijkheden voor convergentie van de nationale benaderingswijzen worden geanalyseerd. Ten einde de grondslagen voor dit groenboek te leggen, zullen vergelijkende onderzoeken naar de situatie in de Lid-Staten worden verricht en zal de uitwisseling van in de Lid-Staten opgedane ervaring worden aangemoedigd.

2.2.Koppelen van gidsen van Europese overheidsinformatie

In een aantal Lid-Staten worden praktische initiatieven genomen om de toegang tot overheidsinformatie te verbeteren. In de Europese informatiemaatschappij moet ervoor worden gezorgd dat de relevante overheidsinformatie gemakkelijker toegankelijk wordt voor alle Europese personen en ondernemingen die daar eventueel belangstelling voor hebben. De Commissie zal initiatieven steunen die ertoe bijdragen dat gidsen van Europese overheidsinformatie in een gemeenschappelijk formaat worden geproduceerd, zodat zij onderling kunnen worden gekoppeld en vanuit elke plaats in Europa gemakkelijk toegankelijk zijn. Na een oproep tot het indienen van voorstellen zullen proefprojecten worden gesteund voor de produktie van informatiegidsen die aan de bovengenoemde kenmerken voldoen. Deze proefprojecten kunnen betrekking hebben op de grensoverschrijdende verbinding van bestaande nationale of regionale informatiegidsen en op de gezamenlijke produktie van nieuwe gidsen. Proefprojecten die gebaseerd zijn op openbare/particuliere samenwerkingsverbanden en waarin met meertalige oplossingen wordt gewerkt, zullen speciaal worden bevorderd.2.3.Gebruik maken van bij de overheid aanwezige inhoudbronnen

Europa beschikt over een rijkdom aan "informatieverzamelingen" die door de overheid worden beheerd. Deze informatieverzamelingen moeten worden ontsloten, wil Europa dit economisch en cultuurbezit commercieel exploiteren en gebruik maken van de mogelijkheden van geavanceerde technologieën bij de ondersteuning van overheidsdiensten. Zij zijn de doorslaggevende factor voor de sterkte van de Gemeenschap in de wereldwijde informatiemaatschappij en het commercieel en strategisch potentieel van deze informatieverzamelingen is al duidelijk gebleken uit een aantal transacties waarbij de controle over enkele ervan werd overgedragen aan particuliere, en niet uitsluitend Europese ondernemingen.

Deze informatieverzamelingen worden nog steeds grotendeels in analoge vorm bewaard maar zij worden steeds meer gedigitaliseerd. Met het programma INFO 2000 wordt ernaar gestreefd deze digitale verzamelingen open te stellen voor exploitatie in samenwerking tussen de particuliere en de overheidssector.

Met het oog hierop zal de Commissie de samenstelling van inventarissen van digitale informatieverzamelingen ondersteunen en de koppeling ervan in de hele Gemeenschap bevorderen. Dit houdt in dat voor dergelijke inventarissen gemeenschappelijke standaardformaten moeten worden gedefinieerd en dat zij met systemen voor de verhandeling van intellectuele-eigendomsrechten moeten worden verbonden. Op basis van de oproepen tot het indienen van voorstellen zal steun worden verleend voor de produktie van inventarissen en voor de verbinding ervan met systemen voor de verhandeling van intellectuele-eigendomsrechten. Desbetreffende normen en specificaties zullen worden ontwikkeld door middel van studies en taakgroepen bestaande uit de betrokken partijen.

PROGRAMMAPUNT 3 : Activering van het Europees multimediapotentieel

De overgang van "schrift naar scherm" brengt een snelle en fundamentele verandering teweeg in de structuur van de inhoudindustrie en in de rol die de verschillende partijen daarin spelen. In dit verband draait alles rond de begrippen internationalisering en multimedia. De inhoud zelf en de nieuwe methoden om inhoud te creëren, te verpakken, te verspreiden en te commercialiseren worden steeds meer de stuwende krachten achter deze veranderingen.

Het is in de eerste plaats de taak van de betrokken industrieën om zich aan deze veranderingen aan te passen en van de geboden kansen gebruik te maken. Behalve een beperkt aantal grote concerns die op wereldschaal opereren, bestaat de Europese inhoudsector tegenwoordig echter vooral uit kleine en middelgrote ondernemingen, die zich moeilijk kunnen aanpassen aan een snel veranderende internationale multimediamarkt en aan het tempo van de veranderingen. Bovendien zijn de aanloopkosten voor het produceren van kwalitatieve multimediatitels hoog en is de Europese markt versnipperd als gevolg van culturele en taalkundige hinderpalen. Het is dan ook veel moeilijker om de kritieke massa te bereiken die nodig is om initiële investeringen terug te verdienen.

Daardoor verkeren de Europese multimedia-uitgevers, die van oudsher gewend zijn om in een nationale of regionale context te werken, in een nadelige positie ten opzichte van hun concurrenten in andere delen van de wereld. Om wereldwijd te kunnen concurreren, zal de exploitatie van de mogelijkheden die door de interne markt worden geboden een vitale factor worden.

Dit centrale programmapunt is erop gericht deze nadelen ten opzichte van de concurrentie voor de Europese producenten op de ontluikende mediamarkt te verminderen door :

  • het katalyseren van kwalitatieve Europese multimedia-inhoud ;
  • het bevorderen van een praktische aanpak inzake het verhandelen van multimediarechten ;
  • het ontwikkelen en uitwisselen van optimale bedrijfspraktijken.3.1.Katalyseren van hoogwaardige Europese multimedia-inhoud

De produktie van hoogwaardige Europese multimedia-inhoud zal worden gestimuleerd op vier strategische gebieden : economische exploitatie van het culturele erfgoed van Europa, zakelijke diensten voor bedrijven, met name het MKB, geografische informatie en wetenschappelijke technische en medische informatie. In het kader van het IMPACT-programma hebben proefacties op deze gebieden de problemen blootgelegd die aan een paneuropese aanpak verbonden zijn, en de grondslagen gelegd voor verdere acties in het kader van INFO 2000.

Voor meertalige interactieve multimediaprodukten kan worden geput uit de rijkdom aan beschikbare Europese inhoud, terwijl met die produkten taalbarrières en andere beperkingen van nationale of regionale markten worden overwonnen. Afgezien van de economische voordelen kan worden verwacht dat door een intensieve activiteit van Europese ondernemingen op dit gebied wordt bijgedragen tot het vrijwaren van de culturele identiteit en de taalkundige verscheidenheid. Op die manier zal het publiek in de Lid-Staten en de regio's ook een beter inzicht krijgen in de Europese culturele verscheidenheid.

Voor de bovengenoemde gebieden - economische exploitatie van het culturele erfgoed van Europa, zakelijke diensten voor bedrijven, met name KMO's, geografische informatie en wetenschappelijke, technische en medische informatie - zullen oproepen tot het indienen van voorstellen worden gepubliceerd met het oog op ondersteuning van de initiële en precommerciële fasen van de ontwikkelingen op het gebied van paneuropese multimedia-inhoud. Dankzij deze steun zullen de desbetreffende ondernemingen worden geholpen om de specifieke barrières voor het meertalig en multicultureel (her)gebruik van inhoud en voor transnationale samenwerking te overwinnen. Deze initiële fasen omvatten produktdefinitie, het opsporen van partners, onderhandelingen over onderlinge licentieverlening, voorbereiding van gezamenlijke distributie enz. tot en met de produktie van een prototype.Er zal steun worden verleend voor projecten die de haalbaarheid van een transeuropese, meertalige en multiculturele aanpak aantonen, een risicofactor bevatten, een aanzienlijk katalysatoreffect op de marktontwikkeling hebben en een sterke betrokkenheid van de gebruikers impliceren. Er kunnen extra stimulansen worden gegeven om de deelneming van het MKB en van organisaties uit minder ontwikkelde en perifere regio's en kleinere taalgebieden aan te moedigen.

De oproepen tot het indienen van voorstellen zullen nauw worden gecoördineerd met de communautaire programma's RAPHAËL en het Geïntegreerd programma ten behoeve van het MKB en de ambachtelijke sector, alsmede met de sectorale beleidsmaatregelen op het gebied van handel, toerisme en sociale economie.

3.2.Verhandelen van multimediale intellectuele-eigendomsrechten

Van oudsher worden rechten per segment (tekst, geluid, beelden, video, enz.) en per land beheerd. Met de komst van het multimediatijdperk gaat deze situatie steeds meer een hinderpaal vormen voor de ontwikkeling van markten voor multimedia-inhoud, daar de tijd en de inspanningen die moeten worden besteed aan het identificeren en verwerven van de diverse rechten sterk toenemen met het aantal gegevenstypes en met het aantal landen waar de eigenaars van rechten zijn gevestigd. Kleine ondernemingen en starters op de mediamarkt ondervinden het meest nadeel van het huidige systeem omdat zij vaker bestaand materiaal opnieuw willen gebruiken.

Paneuropese multimedia-inhoud ontwikkelen, kan vaak alleen via inbreng uit diverse Lid-Staten. Doeltreffende en doelmatige mechanismen voor het verhandelen van multimediarechten op Europees niveau zijn dan ook essentieel voor de ontwikkeling van de Europese multimedia-inhoudindustrie.Er zal een oproep tot het indienen van voorstellen worden gepubliceerd voor proefprojecten die de grondslagen leggen van het grensoverschrijdend elektronisch verhandelen van multimediarechten. Tevens zullen studies worden uitgevoerd om te bepalen hoe verschillende systemen voor het verhandelen van intellectuele-eigendomsrechten kunnen samenwerken. Als hulpmiddel voor het MKB zullen praktische hulpmiddelen worden ontwikkeld inzake optimale werkwijzen voor het verwerven, exploiteren en beschermen van multimediarechten. De acties zullen voortbouwen op de desbetreffende OTO-activiteiten binnen het Vierde Kaderprogramma.

Harmonisatie en rationalisatie van de wettelijke vereisten kan op langere termijn noodzakelijk zijn, maar de moeilijkheid om tot overeenstemming te komen, moet niet worden onderschat.

PROGRAMMAPUNT 4 : Ondersteunende acties

De programmaondersteunende acties hebben ten doel de effecten van de kernacties van het programma te vergroten door aandacht te besteden aan een aantal horizontale thema's die voor het programma in zijn geheel van belang zijn.

4.1.Observeren en analyseren van de multimedia-inhoudmarkt

Op regelmatige tijdstippen zullen prominente deskundigen afkomstig uit de inhoudindustrie, uit gebruikersgemeenschappen en uit de Lid-Staten bijeenkomen om het effect van multimedia op de inhoudindustrie en op de diverse actoren in de informatiewaardeketen te volgen, te analyseren en te bespreken. Bij de organisatie van deze vergaderingen zullen zo mogelijk moderne multimediale informatie- en communicatievoorzieningen worden gebruikt.

De samenstelling van de vergaderingen zal de diverse segmenten weerspiegelen van het creëren, verspreiden en gebruiken van inhoud binnen de Gemeenschap, alsmede de diverse regelgevende aspecten (b.v. bescherming van persoonsgegevens) die op de inhoud betrekking hebben. Deze vergaderingen zullen dan ook een forum vormen voor discussie, uitwisseling van ervaring en samenwerking tussen de diverse segmenten van de inhoudindustrie, tussen Europese en nationale beleidmakers en tussen de aanbod- en de vraagzijde van de inhoudmarkt. De vergaderingen zullen vooral gericht zijn op :

  • scenario's op lange termijn, die worden geactualiseerd telkens als dit wordt gerechtvaardigd door belangrijke internationale ontwikkelingen op het gebied van markten, technologieën, industrieën en beleidsvormen ;
  • belangrijke thema's van gemeenschappelijk belang voor de marktpartijen in verschillende sectoren en in verschillende Lid-Staten, zoals juridische aspecten en kwaliteitsgarantie ;
  • hinderpalen voor de ontwikkeling van de markt en aanbevelingen aan de betrokken industrieën, overheden en gebruikers om deze hinderpalen te overwinnen ;
  • uitvoering van INFO 2000 door het formuleren van aanbevelingen over oriëntaties en prioriteiten.

De studies zullen worden uitgevoerd om de veranderingen op de Europese en de wereldinhoudmarkten te volgen en om kernvraagstukken grondig te analyseren.4.2. Bevorderen van de toepassing van multimedia-inhoudnormen Normen voor de structurering en de presentatie van informatie, en normen voor de codering van inhoud, inclusief terminologie, zijn van essentieel belang om de uitwisseling van documenten en publikaties te vergemakkelijken en om de toegang tot en de exploitatie, het onderhoud en het hergebruik van inhoud mogelijk te maken.

De werkzaamheden die op dit gebied in het kader van het IMPACT-programma zijn aangevat, zullen worden voortgezet en uitgebreid. Er zal steun worden verleend voor acties die de bewustwording en het gebruik van bestaande inhoudnormen stimuleren door middel van workshops en elektronische forums en door de publikatie van gedrukte en elektronische rapporten.

4.3. Aanmoedigen van de ontwikkeling van vaardigheden op Europees niveau

Ten einde de ontwikkeling van vaardigheden te stimuleren, zullen de relevante Europese organisaties worden aangemoedigd maatregelen te ontwikkelen en toe te passen om de Europese leveranciers van inhoud de nodige vaardigheden bij te brengen om het tijdperk van multimedia en interactiviteit in te gaan. De acties die zullen worden ondersteund, zullen normaliter zijn ingedeeld in drie fasen :

  • het aanwijzen van de dringendste opleidingsbehoeften ;
  • het ontwikkelen van experimentele cursussen om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de voorgestelde acties te testen ;
  • het opzetten van de activiteiten in de relevante delen van de inhoudindustrie en in de onderwijs- en beroepsopleidingssystemen.

INFO 2000 zal de verwezenlijking van de eerste twee fasen helpen ondersteunen. De derde valt binnen het bereik van programma's als SOCRATES en LEONARDO en zal aanzienlijke multiplicatoreffecten opleveren. De Commissie moet erop toezien dat de acties van de Gemeenschap samenhang vertonen en elkaar aanvullen. De inhoudindustrie zal uitgebreid worden geraadpleegd voor het aanwijzen van dringende behoeften en hoofdgebieden. Bij deze initiatieven zullen vertegenwoordigers van universiteiten en instellingen voor beroepsopleiding nauw worden betrokken. De rol van de Gemeenschap zal voornamelijk bestaan in het stimuleren, coördineren en mogelijk maken van dit proces.

4.4.Ontwikkelen en uitwisselen van optimale praktijken

Er zullen acties worden gesteund die gericht zijn op de ontwikkeling en de uitwisseling van optimale bedrijfspraktijken in de Europese multimedia-inhoudindustrie. Dergelijke acties omvatten beschrijvingen van bedrijfsprocessen en -modellen die van belang zijn voor de inhoudindustrie, zoals procedures voor het verwerven van intellectueel eigendom en voor de waardering en het beheer van inhoudbezit, alsmede de uitwisseling van ervaringen in panels van multimediaconsumenten die multimediaprodukten en -diensten beproeven en evalueren. Deze activiteiten zullen worden uitgevoerd door middel van een combinatie van studies, workshops, studiebijeenkomsten en publikaties. De relevante organisaties in de Europese inhoudindustrie zullen daarbij nauw worden betrokken.


BIJLAGE II: INDICATIEVE VERDELING VAN DE UITGAVEN

 

1. Stimulering van de vraag en van de bewustwording 22-32 %
2. Exploitatie van overheidsinformatie in Europa 18-23 %
3. Activering van het Europees multimediapotentieel 45-57 %
4. Ondersteunende acties 3-8 %
Totaal 100 %

Deze verdeling sluit niet uit dat een project op diverse activiteiten betrekking kan hebben.


BIJLAGE III: WIJZE VAN TENUITVOERLEGGING VAN INFO 2000

1.De Commissie legt het programma ten uitvoer in overeenstemming met de in bijlage I verstrekte technische informatie.

2.Het programma wordt uitgevoerd door middel van werkzaamheden onder contract en waar mogelijk voor gezamenlijke rekening. De financiële bijdrage van de Gemeenschap mag niet meer dan het voor een project noodzakelijk geachte minimum bedragen en wordt in beginsel alleen toegekend indien het project voor een financiële hindernis staat die anders niet kan worden overwonnen. Voorts bedraagt de financiële bijdrage van de Gemeenschap normaliter maximaal 50 % van de projectkosten, behalve in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke gevallen, waarbij met name rekening wordt gehouden met de deelneming van KMO's en minder ontwikkelde regio's. Bovendien is zij degressief naarmate het project dichter bij de markt staat.

3.De selectie van projecten voor gezamenlijke rekening geschiedt normaliter via de gebruikelijke procedure van oproepen tot het indienen van voorstellen, die in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen worden gepubliceerd. De inhoud van deze oproepen wordt vastgesteld in nauw overleg met deskundigen ter zake en overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 5 van de beschikking. Het voornaamste criterium voor het verlenen van steun voor projecten via oproepen tot het indienen van voorstellen is hun potentiële bijdrage tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma. De procedures voor de tenuitvoerlegging zijn op zodanige wijze geregeld dat met de verschillende belangen van de marktpartijen rekening wordt gehouden en hun deelneming aan het programma wordt vergemakkelijkt.

4.Verzoeken om financiële steun van de Gemeenschap bevatten in voorkomend geval een financieel plan met alle financieringscomponenten van de projecten, inclusief de van de Gemeenschap verlangde financiële steun en alle andere verzoeken om subsidie of steun uit andere bronnen.

5.De Commissie kan ook een financieringsregeling toepassen die flexibeler is dan de oproep tot het indienen van voorstellen, ten einde de totstandbrenging van samenwerkingsverbanden, vooral die waarbij KMO's en organisaties in minder ontwikkelde regio's betrokken zijn, of andere verkennende activiteiten in verschillende segmenten van de multimedia-inhoudmarkt te stimuleren. Deze regeling zou permanent kunnen worden toegepast.

6.De Commissie zorgt ervoor dat in uitzonderlijke gevallen ook ongevraagde voorstellen voor projecten in overweging worden genomen, indien deze betrekking hebben op een bijzonder veelbelovende en belangrijke ontwikkeling op de multimediamarkt, een zeer innovatieve aanpak of een buitengewone technologie of methode, en niet in het kader van een gewone oproep tot het indienen van voorstellen kunnen worden ingediend. De doelstelling om het marktevenwicht niet te verstoren, blijft daarbij gehandhaafd.

7.De uitvoerige regelingen voor de in de punten 4 en 5 bedoelde procedures worden volgens de procedure van het regelgevend comité (type IIIa) (8) [Besluit 87/373/EEG van de Raad van 13 juli 1987 tot vaststelling van de voorwaarden die gelden voor de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (PB nr. L 197 van 18.07.1987, blz. 33).] en in overeenstemming met het Financieel Reglement van de Commissie uitgevoerd. Zij worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen gepubliceerd.

8.Projecten die in het kader van studie- en dienstverleningscontracten volledig door de Commissie worden gefinancierd, worden in overeenstemming met de vigerende financiële voorschriften aanbesteed. Ter wille van de transparantie wordt het werkprogramma gepubliceerd en onder beroepsverenigingen en andere belangstellende organisaties verspreid.

9.Met het oog op de tenuitvoerlegging van het programma onderneemt de Commissie ook voorbereidende, begeleidende en ondersteunende activiteiten ter verwezenlijking van de algemene doelstellingen van het programma en van de specifieke doelstellingen van elk programmapunt. Dit omvat activiteiten zoals : studies en advies ter ondersteuning van dit programma, acties ter voorbereiding van toekomstige activiteiten, maatregelen om de deelneming aan het programma en de toegang tot de uit het programma voortvloeiende resultaten te vergemakkelijken, publikaties en activiteiten met het oog op de verspreiding, de bevordering en de exploitatie van resultaten, analyse van mogelijke sociaal-economische gevolgen van het programma, en ondersteunende activiteiten zoals het observeren en analyseren van de multimedia-inhoudmarkt, het bevorderen van de toepassing van multimedia-inhoudnormen en het aanmoedigen van de ontwikkeling van vaardigheden op Europees niveau.

Bij de tenuitvoerlegging van activiteiten van programmapunt 1 mag, vergeleken bij de uitgaven voor gedecentraliseerde activiteiten, niet meer dan 35 % van de totale uitgaven voor gecentraliseerde ondersteuning en administratieve activiteiten worden aangewend. 10.Bij alle projecten die financiële steun genieten krachtens het programma INFO 2000 moet op de produkten worden vermeld dat er steun is ontvangen.


(1) PB nr. C 250 van 26.09.1995, blz. 4.

(2) Advies uitgebracht op 28.03.1996 (nog niet verschenen in het PB).

(3) PB nr. C 82 van 19.03.1996, blz. 36.

(4) Advies uitgebracht op 18.01.1996 (nog niet verschenen in het PB).

(5) PB nr. C 247 van 23.09.1995, blz. 1.

(6) Besluit 93/424/EEG van de Raad van 22 juli 1993 tot vaststelling van een Actieplan voor de invoering van geavanceerde televisiediensten in Europa (PB nr. L 196 van 05.08.1993, blz. 48) ; Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de co`rdinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de Lid-Staten inzake de uitoefening van televisieomroepactiviteiten (PB nr. L 298 van 17.10.1989, blz. 23).

(7) Besluit 94/819/EG van de Raad van 6 december 1994 tot vaststelling van een actieprogramma voor de ontwikkeling van een beleid van de Europese Gemeenschap inzake beroepsopleiding (PB nr. L 340 van 29.12.1994, blz. 8)..

(8) Besluit 87/373/EEG van de Raad van 13 juli 1987 tot vaststelling van de voorwaarden die gelden voor de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (PB nr. L 197 van 18.07.1987, blz. 33).


Home - Gate - Back - Top - Counc nl - Relevant