info2000 logo GREEN PAPER ON PUBLIC SECTOR INFORMATION
IN THE INFORMATION SOCIETY

back to i*m europe

back to info2000

navigation graphic

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (BE)


In het Groenboek "Overheidsinformatie : een essentiële hulpbron voor Europa" nodigde u alle belangstellenden uit om hun mening over de behandelde problematiek door te geven. In antwoord op uw uitnodiging stuur ik u onderstaande bedenkingen toe.

1. Mijn commentaar beoogt geen volledig antwoord op alle gestelde vragen, doch spitst zich vooral toe op vraag 5 ("In hoever en onder welke omstandigheden kunnen de activiteiten van overheidsorganisaties op de informatiemarkt tot oneerlijke concurrentie op Europees niveau leiden ?"). Naar aanleiding van die vraag wil ik u volgende opmerking voorleggen.

Onder punt 99 wordt geschreven : "Wanneer overheidsorganisaties informatieproducten met toegevoegde waarde op de markt aanbieden, kan dit een nadelig effect op de eerlijke concurrentie hebben." Het komt mij voor dat dit statement met de grootste voorzichtigheid benaderd dient te worden en niet tot de verkeerde conclusies mag leiden.

Laat ik twee voorbeelden geven van informatieproducten met toegevoegde waarde die de overheid op de markt kan brengen :

  • Een nationale overheid die niet alleen haar wetgeving bekendmaakt maar de ontsluiting van die wetgeving ook bevordert door bijv. trefwoordenlijsten, publicatie van gecodificeerde versie, concordantietabellen en dergelijke meer, biedt ontegenzeggelijk een toegevoegde waarde aan het basisproduct "publicatie van wetgeving".
  • Hetzelfde geldt voor een overheid die via het internet een wegwijsgids van haar administratie aanbiedt waarin niet alleen coördinaten van diensten en ambtenaren opgegeven worden, maar ook zoekmachines het opzoeken vergemakkelijken.

Indien de zinssnede "kan dit een nadelige effect op de eerlijke concurrentie hebben" meteen betekent dat het de overheid dus niet toegelaten is zo'n producten met toegevoegde waarde op de markt te brengen, dan signaleer ik een directe tegenspraak met de wetgeving inzake actieve openbaarheid van bestuur die in vele landen (o.m. ook de deelstaat Vlaanderen in België) bestaat. Die verplicht de overheden immers op een actieve wijze overheidsinformatie te divulgeren. Een van de wijzen waarop dit o.m. kan gebeuren is een publieksvriendelijke ontsluiting van deze informatie, waaronder bijv. regelgeving en administratieve wegwijsinformatie. Het mag de overheid in geen geval onmogelijk gemaakt worden dit soort informatie op een zo gebruiksvriendelijk mogelijke wijze te verwerken en ter beschikking te stellen. Integendeel, indien er Europese regelgeving op dit vlak komt, moet zij er precies op gericht zijn de overheid te stimuleren tot dit soort bewerking van informatie tot een aanbod met toegevoegde waarde, op voorwaarde steeds dat die activiteit en die producten bedoeld zijn om de openbaarheid van bestuur te garanderen en stimuleren.

De vraag is niet zozeer te zijn of de overheid informatieproducten met toegevoegde waarde op de markt màg brengen; een overheid die werkelijk openbaar en open is, moèt dit doen. De vraag is eerder onder welke voorwaarden de privé-sector toegang krijgt tot de basisinformatie waarop ook de overheid zich baseert om zijn product met toegevoegde waarde te maken, en of er op dit vlak geen regels bestaan die de privé-sector een feitelijk nadeel bezorgen.

Een andere vraag is of de overheid verplicht kan worden de kosten die zij maakt voor de hierboven aangehaalde maximaal publieksvriendelijke ontsluiting van haar informatie, daadwerkelijk in rekening te brengen aan de gebruiker. Een strikte toepassing van concurrentieregels tussen overheid en privé-sector zou hiertoe kunnen nopen. Dit zou echter betekenen dat de overheid op deze wijze verplicht zou worden de drempel tot haar informatie te verhogen, hetgeen volkomen dwars zou staan op een actief openbaarheidsbeleid. Gelet op het principiële belang van de openbaarheid van bestuur, moet ook hier het principe gelden dat de overheid in geen geval regels opgelegd kan krijgen die haar de facto verplichten tot een beperking van haar openbaarheidsbeleid.

Conclusie : de discussie met het oog op eventuele Europese regelgeving mag de tegenstelling die zeer goed kan bestaan tussen enerzijds de zorg voor een correcte toepassing van de Europese concurrentieregels en anderzijds de zorg voor een maximale invulling van de actieve openbaarheid van bestuur, niet uit de weg gaan. In geen geval kan ervan uitgegaan worden dat concurrentiebedingen automatisch prioriteit hebben op actieve openbaarheid van bestuur.

2. Die zeer sterke klemtoon op het belang van een actief voorlichtingsbeleid als een fundamentele opdracht van elke overheid ten opzichte van de bevolking, is het uitgangspunt van elke overheidsvoorlichter. Het Groenboek wijst voortdurend op het belang van het terbeschikkingstellen van overheidsinformatie, vooral via digitale weg. Het is echter niet omdat de informatie ter beschikking gesteld is, dat daarmee de taak van de overheid afgewerkt is. Als overheidsvoorlichter heb ik soms de onaangename indruk dat het ter beschikking stellen van zoveel mogelijk overheidsinformatie via Internet voor sommige overheden een gemakkelijkheidsoplossing is. Daarmee voldoen zij immers aan hun openbaarheidsverplichting en kunnen zij alle verdere verantwoordelijkheid van zich afschuiven.

Nochtans start de echte uitdaging pas dan voor de overheid. Informatie slechts ter beschikking stellen zonder begeleidende maatregelen om die informatie zowel inhoudelijk als inzake gebruikte kanalen maximaal toegankelijk te maken voor een zo groot mogelijk publiek, komt neer op een feitelijke beperking van de toegang tot die informatie tot een beperkte groep van geprivilegieerde gebruikers. Met andere woorden : openbaarheid beperken tot passieve openbaarheid kan antidemocratisch werken, een actief openbaarheidsbeleid is absoluut noodzakelijk om dit onevenwicht te verhelpen. Of met nog andere woorden : het vrijwaren van concurrentie mag niet alleen geïnterpreteerd worden in termen van financiële belangen; concurrentie vrijwaren betekent ook ervoor zorgen dat mensen met hogere opleiding, toegang tot Internet, kennis van informatiebronnen enz. in hun contact met de overheid niet structureel bevoordeligd worden t.o.v. diegenen die op dit punt minder kansen gekregen hebben. Europese regelgeving dient uit te gaan van een zo breed mogelijke invulling van het concurrentiegegeven.

3. Ten slotte, en meer praktisch, signaleer ik u dat de informatie die in bijlage 1 opgenomen is over het beleid inzake openbaarheid en overheidsinformatie, met betrekking tot Vlaanderen, deelstaat van België, onvolledig en ondertussen deels ook reeds verouderd is. Op uw eenvoudig verzoek zal ik u als voorlichtingsambtenaar van de Vlaamse regering graag alle aanvullende informatie bezorgen.

Ik dank u voor uw aandacht voor deze bedenkingen, die ik uit eigen naam geschreven heb en waarmee ik geen officieel standpunt van de Vlaamse overheid weergeef.

Met blijken van hoogachting,

Francis Decoster 
informatieambtenaar 
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap 
(Ministry of Flanders/Ministère de la Flandre) 
Boudewijnlaan 30 
B-1000 Brussel 
België
tel. 32 / 2 / 553 56 41 fax 32 / 2 / 553 56 37 
francis.decoster@coo.vlaanderen.be

[BACK TO LIST OF COMMENTS ]


Home - Gate - Back - Top - Bevlaams - Relevant