Bonn Conference Logo
I*M EUROPE
Conference Home
Ministerial Declaration
DA DE EN ES FI
FR IT GR PT SV
Industrial Declaration
User Declaration
Theme Paper
Download Theme Paper
Programme
List of Participants 
List of participating 
European Ministers

Promoting Best Use, Preventing Misuse
Legal Advisory Board
Internet issues

Ministeriële verklaring

De Europese ministerconferentie “Global Information Networks: Realising the Potential”, die van 6 tot 8 juli 1997 in Bonn heeft plaatsgevonden, werd gezamenlijk door de Bondsrepubliek Duitsland en de Europese Commissie georganiseerd.

De conferentie is bijgewoond door ministers uit de lidstaten van de Europese Unie, de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie, de landen van Midden- en Oost-Europa en Cyprus, leden van de Europese Commissie, prominente gasten uit de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Japan en Rusland en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de gebruikers en Europese en internationale organisaties.

Doel van deze conferentie was de gemeenschappelijke visie op het gebruik van wereldwijde informatienetwerken te verbreden, hindernissen voor het gebruik op te sporen, mogelijke oplossingen te bespreken en een open dialoog over verdere mogelijkheden voor Europese en internationale samenwerking op te zetten.

De aanwezige ministers van de lidstaten van de Europese Unie, de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie en de landen van Midden- en Oost-Europa en Cyprus geven de volgende VERKLARING:

Een kans voor iedereen

  1. De ministers zien in de opkomst van de wereldwijde informatienetwerken een zeer positieve ontwikkeling. Deze netwerken zijn van cruciaal belang voor de toekomst van Europa en openen nieuwe perspectieven voor iedereen, grote en kleine ondernemingen, burgers en overheidsdiensten.
  2. De ministers zijn zich ervan bewust dat nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de wereldwijde informatienetwerken onze samenleving in al haar aspecten gaande van handel, gezondheidszorg, onderwijs, vrije tijd, beleidsvoering tot democratiebeoefening - kunnen beïnvloeden. Het is hun overtuiging dat de kansen die de wereldwijde informatienetwerken bieden, met beide handen en onverwijld moeten worden aangegrepen ten voordele van het concurrentievermogen, de groei en de werkgelegenheid. In dit verband wijzen zij erop dat Internet nu reeds nieuwe ondernemingen, nieuwe hoogwaardige diensten en - niet het minst - nieuwe banen begint op te leveren.
  3. Zij benadrukken de specifieke kenmerken en het bij uitstek transnationale karakter van Internet, het meest treffende voorbeeld van deze netwerken, die het in nagenoeg alle opzichten van traditionele communicatiemiddelen onderscheiden. Zij wijzen op het baanbrekend werk van de Europese wetenschappelijke gemeenschap bij de ontwikkeling van het World Wide Web en van de Europese ondernemingen en gebruikers bij de wereldwijde groei daarvan.
  4. De wereldwijde informatienetwerken drukken hun stempel op de samenleving, het onderwijs en de cultuur zij bieden leraren meer mogelijkheden, verlagen de drempel voor de ontwikkeling en verspreiding van inhoud in verschillende talen, overbruggen afstanden naar verre gebruikers en bieden gebruikers toegang tot steeds rijkere informatiebronnen.
  5. Even belangrijk is volgens de ministers dat de wereldwijde informatienetwerken concreet gestalte geven aan de vrijheid van meningsuiting en toegang tot informatie. Zij versterken de democratie door de communicatie tussen de burger en de overheid te verbeteren en de actieve deelname aan het democratische proces te vergemakkelijken.
  6. De ministers zijn zich ervan bewust dat deze nieuwe mogelijkheden tot nieuwe uitdagingen leiden. Met name het snelle tempo waarin de ontwikkelingen plaatsvinden, kan technologische en juridische onzekerheid tot gevolg hebben. Indien dergelijke twijfels niet worden weggenomen, zullen de ondernemingen hun investeringen uitstellen en de nieuwe ontwikkelingen trager ingang vinden bij de gebruikers.
  7. Zij roepen derhalve alle Europese actoren ondernemingen, consumenten en overheden op in een geest van constructieve samenwerking deze uitdagingen aan te pakken en de economische en sociale mogelijkheden van de wereldwijde informatienetwerken ten volle te benutten. Zij verbinden zich er met name toe dat zij zich tot het uiterste zullen inzetten voor de schepping van nieuwe banen, de exploitatie van nieuwe vormen van werkorganisatie (zoals telewerken), het behoud van socialezekerheidsnormen en een betere economische integratie en sociale cohesie. Er moet absoluut worden voorkomen dat er in Europa en wereldwijd een kloof ontstaat tussen informatierijken en informatiearmen.

Bevordering van economische groei: ontwikkeling van inhoud en handel

  1. De ministers zijn zich bewust van de aanzienlijke mogelijkheden die de wereldwijde informatienetwerken bieden om de economische groei te bevorderen, met name door middel van efficiëntere communicatie, de ontwikkeling van nieuwe vormen van inhoud en de opkomst van de elektronische handel. Zij zijn de mening toegedaan dat Europa de geboden kansen moet aangrijpen, wil het zijn concurrentievermogen handhaven, en benadrukken dat Europa vastbesloten is zijn rol te spelen in de dynamische expansie van de wereldwijde elektronische handel.
  2. De ministers zijn zich ervan bewust dat inhoud belangrijk is als sector op zich maar ook als een drijvende kracht achter de elektronische handel. Zij zijn dan ook de mening toegedaan dat de aanbieding van hoogwaardige Europese inhoud en diensten een hoge prioriteit voor de economie en het bedrijfsleven vormt. Zij benadrukken dat in een digitale omgeving die verscheidenheid stimuleert, een rijk en uiteenlopend aanbod van inhoud en diensten niet alleen aan de behoeften van de Europese consumenten zal voldoen, maar evenveel aantrekkingskracht op gebruikers elders in de wereld zal uitoefenen.
  3. De ministers zijn ingenomen met de inspanningen van de Europese ondernemingen, zowel van grote exploitanten als van kleine en middelgrote innovatieve ondernemingen, die sterk in kennis en middelen hebben geïnvesteerd om met succes een positie op de wereldwijde multimedia- en informatiemarkt te verwerven. Deze initiatieven moeten krachtdadig worden aangemoedigd. Het is van cruciaal belang voor het concurrentievermogen dat de wereldwijde informatienetwerken snel ingang vinden, met name bij het MKB.
  4. De ministers benadrukken de mogelijkheden van de elektronische handel voor de Europese ondernemingen en consumenten. Bij ondernemingen leidt hij tot hogere efficiëntie, een betere bereikbaarheid en lagere kosten. Kleine ondernemingen en nieuwkomers op de markt kunnen een veel groter gebied dan vroeger bestrijken. De ministers wijzen erop dat ook de Europese consumenten profijt zullen trekken van grotere keuzemogelijkheden, een grotere beschikbaarheid van gespecialiseerde producten, ruimere productinformatie, lagere kosten en een klantgerichtere service.
  5. De ministers beklemtonen het belang van Internet-domeinnamen voor de ontwikkeling van de elektronische handel. Zij onderschrijven het beginsel van een internationaal aanvaard en doorzichtig systeem voor het beheer van het domeinnamensysteem. Zij menen dat in ieder geval voor een gepaste Europese vertegenwoordiging in dit systeem moet worden gezorgd.

Een sleutelrol voor de privésector

  1. De ministers zijn zich bewust van de sleutelrol die de privésector speelt in de opkomst van de wereldwijde informatienetwerken, met name door zijn investeringen in infrastructuur en diensten.
  2. De ministers zijn van mening dat de expansie van de wereldwijde informatienetwerken in de eerste plaats door de markt moet worden gestuurd en aan het privé-initiatief moet worden overgelaten. Zij zijn met name van mening dat privéondernemingen de motor achter de expansie van de elektronische handel in Europa moeten worden.
  3. De ministers verheugen zich over de voortrekkersrol van de Europese ondernemingen, met name in het kader van de Transatlantische Ondernemersdialoog tijdens de voorbereidende werkzaamheden voor de WTO-overeenkomsten over de openstelling van de wereldwijde communicatiemarkten en de opheffing van tarifaire en niet-tarifaire belemmeringen voor IT-producten. Zij vragen alle actoren op dit elan voort te bouwen en een gelijksoortige leidersrol te vervullen bij de ontwikkeling van nieuwe informatie-inhoud en van de elektronische handel, zodat Europa ten volle profijt kan trekken van de verschuiving van infrastructuur naar inhoud.
  4. De ministers verheugen zich over de sleutelrol die de industrie zelf bij de normalisatie speelt. Het is hun overtuiging dat technologische en commerciële interoperabiliteit in een concurrerende omgeving een vitale factor is voor de toekomstige ontwikkeling van de wereldwijde informatienetwerken. Daarom moedigen zij de Europese ondernemingen niet alleen aan om een actieve rol te spelen bij de internationale normalisatiewerkzaamheden, maar ook om de specifieke sterke punten van Europa wereldwijd te doen doordringen.
  5. De ministers benadrukken de cruciale rol van het ondernemerschap in de opkomst van de wereldwijde informatienetwerken. Daarom dagen zij de Europese industrie uit de aanzienlijke middelen waarover zij op dit gebied beschikt, te mobiliseren en zoveel mogelijk innovatie en creativiteit aan de dag te leggen om welvaart en werkgelegenheid te creëren.
  6. De ministers zijn zich ervan bewust dat het cruciaal is voor nieuwe snelgroeiende informatieondernemingen om toegang tot kapitaal te hebben, met name tot startkapitaal en risicokapitaal. Zij roepen de financiële wereld op flexibele en efficiënte mechanismen te creëren waarmee veelbelovende Europese starters en kleine en middelgrote ondernemingen kapitaal kunnen bijeenbrengen, met name in de aanloopfase en in de intermediaire ontwikkelingsfase. Zij zullen innoverende oplossingen aanmoedigen om investeringen naar deze sleutelsector te laten vloeien.
  7. De ministers benadrukken de rol die de privésector bij de bescherming van de consumentenbelangen en de bevordering en de naleving van ethische normen kan spelen via goed functionerende zelfreguleringssystemen in overeenstemming met en ondersteund door de wetgeving. De ministers moedigen de industrie aan open en platformonafhankelijke beoordelingssystemen voor inhoud op te zetten en beoordelingssystemen voor te stellen die inspelen op de behoeften van de verschillende gebruikers en op de culturele en taalverscheidenheid van Europa. Zij wijzen erop dat de Raad zich in zijn resolutie van 17 februari 1997 betreffende illegale en schadelijke inhoud op het Internet krachtig heeft uitgesproken voor een dergelijke benadering.

Een dubbele opdracht voor de overheid: een kader scheppen en nieuwe diensten stimuleren

Een kader scheppen

  1. De ministers zijn zich ervan bewust dat de overheid een actieve rol zal moeten spelen om de wereldwijde informatienetwerken ten volle tot ontplooiing te brengen.
  2. De ministers zijn het erover eens dat een regelgevingskader voor de elektronische handel duidelijk en voorspelbaar moet zijn, de concurrentie moet bevorderen, het juiste evenwicht tot stand moet brengen tussen de vrijheid van meningsuiting en de bescherming van openbare en particuliere belangen, met name de bescherming van minderjarigen, en de consument bescherming moet garanderen.
  3. De ministers benadrukken dat het algemeen juridische kader online op dezelfde wijze als offline moet worden toegepast. Gezien de snelle ontwikkeling van de nieuwe technologieën zullen zij ijveren voor regelingen die niet technologiegebonden zijn, waarbij tevens overbodige regelgeving moet worden vermeden.
  4. De ministers willen streven naar de ontwikkeling van een dergelijk juridisch kader dat de consumenten vertrouwen schenkt en de ondernemingen tot investeren aanzet.
  5. De ministers onderschrijven het beginsel van non-discriminatoire heffingen op het gebruik van wereldwijde informatienetwerken. Zij zijn het erover eens dat het probleem van de belastingheffing op de elektronische handel internationale samenwerking en zo nodig coördinatie vereist, teneinde concurrentievervalsing te voorkomen.

Nieuwe diensten stimuleren

  1. De ministers moedigen het gebruik van de netwerken in openbare diensten aan, zoals in het onderwijs, de gezondheidszorg en de milieusector. Zij zullen het gebruik van netwerken bevorderen en zo de “elektronische democratie” stimuleren doordat de burger informatie wordt verstrekt en het hem gemakkelijker wordt gemaakt om te reageren. Via de netwerken zullen de burgers en de ondernemingen dichter bij de overheid worden gebracht, bijvoorbeeld doordat hun de mogelijkheid wordt geboden om administratieve formaliteiten elektronisch te vervullen.
  2. De ministers zijn zich ervan bewust dat concurrentie cruciaal is voor het stimuleren van nieuwe diensten en dat het belangrijk is dat het bieden van toegang tot de wereldwijde informatienetwerken en diensten tegen betaalbare prijzen wordt bevorderd. Zij zullen ook ijveren voor een gemakkelijke en ruime toegang voor iedereen via openbare voorzieningen zoals bibliotheken. Zij benadrukken dat overheidsinformatie van grote waarde is voor de burgers en het bedrijfsleven en een stuwende kracht achter de wereldwijde informatienetwerken zal zijn. Zij zullen ernaar streven om deze informatie via de nieuwe technologieën op grotere schaal beschikbaar te stellen.
  3. De ministers zullen de aankoopactiviteiten van de overheid, zelf een grote inkoper en gebruiker van de wereldwijde informatienetwerken, op een hoger peil brengen, teneinde de kwaliteit van de aan het publiek aangeboden diensten, de doeltreffendheid van de overheidsdiensten en de deelname van de burgers te verhogen. Zij zullen de oprichting van samenwerkingsverbanden tussen de overheid en de privésector stimuleren, teneinde de ontwikkeling van nieuwe technologieën en diensten te vergemakkelijken.
  4. De ministers zullen onderzoek- en ontwikkelingswerk bevorderen om innovatie te stimuleren en een gebruikersgerichte informatiemaatschappij tot stand te brengen. Zij dringen er bij de onderzoekcentra op aan het samenwerkingsonderzoek via de wereldwijde informatienetwerken aan te moedigen door in heel Europa verbindingen tot stand te brengen en aansluiting te zoeken bij de wereldwijde gemeenschap van onderzoekers.

De noodzaak om vertrouwen op te bouwen

  1. De ministers zijn zich ervan bewust dat het belangrijk is vertrouwen in de wereldwijde informatienetwerken op te bouwen door de naleving van de fundamentele mensenrechten te garanderen en de belangen van de maatschappij in het algemeen, met inbegrip van die van producenten en consumenten, met name via een eerlijk en doorzichtig dienstenaanbod, te vrijwaren. Zij benadrukken dat de regels betreffende de toepasselijke wetgeving en de bevoegde rechtbank, met name voor geschillen waarbij consumenten zijn betrokken, toereikend moeten zijn.

Bescherming van creativiteit en investeringen

  1. Intellectuele-eigendomsrechten, met name het auteursrecht en de naburige rechten, spelen een sleutelrol om de creativiteit en de totstandkoming van een kritische massa inhoud op de wereldwijde informatienetwerken te stimuleren en de elektronische handel via deze netwerken mogelijk te maken.
  2. De ministers zullen aandringen op het spoedige aanbrengen van de nodige aanpassingen van het juridische kader voor het auteursrecht en de naburige rechten, teneinde rekening te kunnen houden met de vernieuwingen die het gevolg zijn van de informatiemaatschappij en in Europa een coherent en stimulerend klimaat voor creativiteit en investeringen te scheppen.
  3. De ministers betuigen hun instemming met de twee in december 1996 goedgekeurde WIPO-verdragen en zullen streven naar de spoedige ratificatie en inwerkingtreding ervan. Zij beklemtonen dat de TRIPS-overeenkomst volledig en tijdig ten uitvoer moet worden gelegd.
  4. De ministers zullen bij de huidige internationale onderhandelingen, met name in het kader van de WIPO, ook actief ijveren voor een wereldwijde consensus over de vraagstukken waarover momenteel wordt onderhandeld (zoals de bescherming van audiovisuele uitvoeringen, sui generis bescherming van databanken waarvoor aanzienlijke investeringen vereist zijn, en handelsmerken en domeinnamen).
  5. De ministers bevestigen nogmaals dat zij de piraterij, inclusief deze op het gebied van diensten met voorwaardelijke toegang, daadkrachtig zullen bestrijden. Zij verbinden zich ertoe de internationale samenwerking op dit gebied te versterken en de vervolging van deze vorm van criminaliteit hoog op de agenda te plaatsen.

Beveiliging en vertrouwelijkheid

  1. De ministers zijn van mening dat informatiebeveiliging een van de belangrijkste punten bij de totstandbrenging van de wereldwijde informatiemaatschappij is en zij zijn zich bewust van het belang van de beschikbaarheid van krachtige encryptietechnieken voor de elektronische handel.
  2. Zij zullen streven naar internationale beschikbaarheid van en vrije keuze tussen cryptografische producten en interoperabele diensten, met inachtneming van de toepasselijke wetgeving, en zo daadwerkelijk bijdragen tot de gegevensbeveiliging en de vertrouwelijkheid van persoonlijke en zakelijke informatie. Wanneer landen maatregelen nemen om de rechtmatige behoeften aan een wettige toegang te beschermen, moeten deze evenredig, doeltreffend en in overeenstemming met de toepasselijke privacyvoorschriften zijn. De ministers nemen kennis van de onlangs goedgekeurde "Guidelines on Cryptography Policy" van de OESO als basis voor nationaal beleid en internationale samenwerking.
  3. De ministers moedigen de industrie sterk aan de ontwikkeling van veilige technologieën voor informatie- en communicatiesystemen te bevorderen.

Digitale handtekeningen

  1. De ministers benadrukken dat er een juridisch en technisch kader op Europees en internationaal niveau nodig is dat compatibiliteit garandeert en tot vertrouwen in digitale handtekeningen leidt, een betrouwbaar en doorzichtig middel om de integriteit en de authenticatie van gegevens, documenten en berichten ten behoeve van de elektronische handel en elektronische transacties tussen overheidsorganisaties en burgers te verzekeren.
  2. De ministers roepen de industrie en de internationale normalisatieorganisaties op technische en infrastructurele normen voor digitale handtekeningen te ontwikkelen, teneinde een veilig en betrouwbaar gebruik van netwerken en naleving van de voorschriften inzake privacy en gegevensbescherming te garanderen.
  3. De ministers zullen de nodige stappen ondernemen om de belemmeringen voor het gebruik van digitale handtekeningen op te heffen in juridisch opzicht, in het bedrijfsleven en bij de overheid en te zorgen voor juridische en wederzijdse erkenning van certificaten.

Verantwoordelijkheid van de actoren

  1. De ministers benadrukken dat het belangrijk is de verantwoordelijkheid voor de inhoud die de verschillende actoren in de keten, van makers tot gebruikers, dragen, in duidelijke rechtsregels te definiëren. Zij zijn zich ervan bewust dat een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen de verantwoordelijkheid van hen die inhoud produceren en verspreiden en die van tussenpersonen.
  2. De ministers benadrukken dat een reeks gemeenschappelijke beginselen aan de regels inzake de verantwoordelijkheid voor inhoud ten grondslag moet liggen, zodat voor iedereen gelijke voorwaarden gelden. Zo zouden in de regel tussenpersonen zoals netwerkexploitanten en toegangsverschaffers niet verantwoordelijk mogen worden gesteld voor de inhoud. Dit beginsel zou zo moeten worden toegepast dat tussenpersonen zoals netwerkexploitanten en toegangsverschaffers niet aan onredelijke, buitensporige en discriminerende regels worden onderworpen. In elk geval is het niet de bedoeling dat een hostdienstaanbieder die inhoud van derden verspreidt, voorafgaandelijk toezicht uitoefent op inhoud waarop geen verdenking van illegaliteit rust. Er zou terdege aandacht moeten worden besteed aan de vraag of dergelijke tussenpersonen redelijkerwijs op de hoogte konden zijn van de inhoud en er redelijkerwijs toezicht op konden uitoefenen.
  3. De ministers zijn van mening dat de verantwoordelijkheidsregels de toepassing van het beginsel van de vrije meningsuiting moeten vrijwaren, de openbare en particuliere belangen in acht moeten nemen en de actoren niet buitensporig mogen belasten.

Meer mogelijkheden voor de gebruikers

Naar deelneming van iedereen

  1. De ministers zijn voorstander van bewustmakingsacties om alle leeftijdsgroepen en alle lagen van de maatschappij te doordringen van de door de informatica geboden mogelijkheden. Zij houden vast aan het recht van de gebruiker om zelf te beslissen hoe hij de wereldwijde informatienetwerken in zijn dagelijkse leven wil benutten.
  2. De ministers benadrukken dat informatietechnologie algemeen beschikbaar moet zijn voor mannen en vrouwen van alle leeftijdsgroepen en achtergronden, ook voor hen die in afgelegen gebieden wonen en voor benadeelde groepen zoals langdurig werklozen, mensen met een handicap en ouderen. Zij zullen acties aanmoedigen om inhoud beschikbaar te maken in de taal van de gebruikers en aldus de taalverscheidenheid stimuleren.

"Elektronische geletterdheid" en onderwijs

  1. De mogelijkheden van de wereldwijde informatienetwerken kunnen ten volle worden verwezenlijkt, als alle burgers en ondernemingen niet alleen over de middelen beschikken om zich toegang te verschaffen tot de aangeboden diensten, maar ook vertrouwen kunnen stellen in het gebruik ervan. De ministers roepen daarom de industrie op de ontwikkeling van gebruikersvriendelijke interfaces te bespoedigen, teneinde het gebruik te vereenvoudigen, de vertrouwdheid met computers te vergroten en de onderliggende redenen voor het beperkte en/of schoorvoetende gebruik van de netwerken weg te nemen. De gebruikers hebben zeer eenvoudige tot zeer complexe behoeften en moeten apparatuur en software kunnen kopen die hierop inspeelt.
  2. De ministers zullen de ontwikkelingen in de onderwijs- en beroepsopleidingssystemen stimuleren, zodat de via de netwerken beschikbaar gestelde informatie als onderdeel van het leerproces op alle niveaus, van lager tot postuniversitair onderwijs, en voor levenslang leren wordt geëxploiteerd.
  3. De ministers zijn zich bewust van de sleutelrol die is weggelegd voor leraren bij de voorbereiding van jongeren op de informatiemaatschappij. Zij benadrukken dat bijzondere inspanningen moeten worden geleverd om het hun mogelijk te maken vanaf de lagere school multimedia-inhoud in hun onderwijsprogramma's te integreren. Kinderen moeten al op jonge leeftijd “netwerkbewust” worden gemaakt om hen vertrouwd te maken met het gebruik van nieuwe communicatietechnologieën en de wereldwijde informatienetwerken.

Gegevensbescherming

  1. De ministers leggen er sterk de nadruk op dat de persoonsgegevens van de gebruikers van wereldwijde informatienetwerken alleen mogen worden verzameld of verwerkt wanneer de gebruiker zijn geïnformeerde toestemming heeft gegeven of dit wettelijk is toegestaan, en dat moet worden gezorgd voor gepaste rechtsbescherming en technische middelen om het recht op privacy van de gebruiker te vrijwaren.
  2. De ministers zullen, voortbouwend op de werkzaamheden van de EU, de Raad van Europa, de OESO en de VN, gezamenlijk streven naar wereldwijde grondslagen voor de vrije stroom van informatie zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van het fundamentele recht op privacy en van persoonlijke en zakelijke informatie.
  3. De ministers erkennen het beginsel dat wanneer de gebruiker offline voor anonimiteit kan opteren, deze keuze ook online mogelijk moet zijn.
  4. De ministers dringen er bij de industrie op aan technische middelen te ontwikkelen waarmee de privacy kan worden gevrijwaard en persoonsgegevens op de wereldwijde informatienetwerken kunnen worden beschermd, zoals voorzieningen om anoniem te browsen, te e-mailen en betalingen te verrichten.

De keuze van gebruikers vergemakkelijken

  1. De ministers dringen er bij de software-industrie op aan de gebruikers de nodige hulpmiddelen ter beschikking te stellen voor het selecteren van de inhoudscategorieën die zij al dan niet willen ontvangen, zodat zij de overvloed aan informatie de baas kunnen en ongewenste of schadelijke inhoud kunnen weren.
  2. De ministers zijn derhalve verheugd over de ontwikkeling van krachtige diensten en softwaremiddelen waarmee informatie kan worden gezocht en opgevraagd en specifiek gevraagde informatie rechtstreeks bij de gebruiker kan worden geleverd.
  3. De ministers onderstrepen dat het belangrijk is dat de gebruikers over filtreringsmechanismen en beoordelingssystemen kunnen beschikken waarmee zij over de toegang tot inhoudscategorieën voor henzelf of voor minderjarigen die onder hun verantwoordelijkheid staan, kunnen beslissen.

Voortbouwen op de sterke punten van Europa

  1. De ministers zijn van oordeel dat de vele sterke punten van Europa een wezenlijke bijdrage zullen leveren aan de ontwikkeling van de wereldwijde informatienetwerken. Voortbouwen op deze sterke punten moet een leidraad vormen.
  2. De ministers erkennen dat Europa's solide technologische en infrastructurele fundament een strategisch voordeel voor de toekomst is. Zij wijzen met name op de Europese successen bij de ontwikkeling van basisnormen voor de wereldwijde informatienetwerken en op de Europese leidersrol in het aanvangsstadium van de geavanceerde digitale telecommunicatienetwerken en bij de ontwikkeling van de technologieën waarop de elektronische handel is gebaseerd, zoals smartcards. Zij zijn zich bewust van de cruciale rol van de liberalisering van de telecommunicatie in Europa bij de opkomst van de wereldwijde informatienetwerken en de ontwikkeling van de elektronische handel in Europa. Zij verbinden zich ertoe dat de telecommunicatiemarkten volledig en tijdig zullen worden opengesteld, in overeenstemming met vroegere verbintenissen en internationale overeenkomsten.
  3. De ministers zijn zich er eveneens van bewust dat de ontwikkeling van inhoud ook een van de sterke punten van Europa is. Zij zijn van oordeel dat de culturele en taalverscheidenheid, die de kern van het gemeenschappelijke Europese erfgoed vormt, in de nieuwe omgeving van de wereldwijde informatienetwerken ook een uitgesproken commercieel voordeel is. Met dit voor ogen zullen zij acties stimuleren voor de verspreiding van culturele inhoud en voor de ontwikkeling en het gebruik van IT-hulpmiddelen en -methoden die de overdracht van informatie tussen talen vergemakkelijken, en zullen zij de huidige internationale normalisatie-inspanningen bevorderen die erop gericht zijn het gebruik van talen met verschillende tekensets op de netwerken mogelijk te maken.
  4. De ministers bevestigen nogmaals dat stimuli nodig zijn voor een sterke en gediversifieerde Europese inhoud- en dienstenindustrie. Zij stellen met voldoening vast dat de Europese multimediaondernemingen nu al heel wat hulpbronnen en kennis aanwenden om hoogwaardige en op informatie gebaseerde producten en diensten op de wereldwijde informatienetwerken te lanceren. Zij stellen eveneens vast dat sterk innoverende Europese kleine en middelgrote ondernemingen die op de meest uiteenlopende gebieden als multimediaproductie, geavanceerde taalverwerking en het opzoeken van informatie gespecialiseerd zijn, een positie veroveren op de wereldmarkten. De ministers zullen via een actieve kruisbestuiving tussen de audiovisuele, de telecommunicatie- en de uitgeverijsector in Europa de innovatie van inhoud en diensten daadkrachtig stimuleren. Zij dringen er bij de Europese industrie op aan op deze mogelijkheden voort te bouwen en roepen de regeringen op dergelijke initiatieven daadwerkelijk te ondersteunen.
  5. De ministers leggen de nadruk op de bijdrage die de wereldwijde informatienetwerken aan het Europese integratieproces kunnen leveren. Doordat de informatie vrij kan stromen en tijd en afstand geen belemmering meer vormen, kunnen de ondernemingen, consumenten en regeringen van alle Europese landen en met name van die landen die het lidmaatschap van de Europese Unie ambiëren, toegang krijgen tot dezelfde informatie tegen dezelfde voorwaarden alsook informatie en diensten aanbieden en gebruiken. Een sterkere concurrentie op de markt zal de kosten voor de nodige investeringen in infrastructuur en voor het gebruik van het netwerk doen dalen.

De internationale dimensie versterken

  1. De ministers vestigen nogmaals de aandacht op het bij uitstek transnationale karakter van de wereldwijde informatienetwerken. Zij wijzen er met name op dat de elektronische handel in se mondiaal is. De ministers beklemtonen nogmaals dat internationale samenwerking noodzakelijk is om de barrières voor de volledige verwezenlijking van de mogelijkheden van de wereldwijde informatienetwerken weg te nemen en ervoor te zorgen dat niet alleen bepaalde landen, maar heel Europa en de hele wereld van alle voordelen kunnen genieten.
  2. Zij ondersteunen de interconnectie van de Europese netwerken en van de netwerken van de geïndustrialiseerde en de ontwikkelingslanden, samenwerkingsacties in het bijzonder met de landen van Midden- en Oost-Europa en van het Middellandse-Zeegebied en samenwerking in het kader van de G7-proefprojecten, met name het project "Een wereldwijde markt voor het MKB".
  3. De ministers zijn zich ervan bewust dat de recente baanbrekende overeenkomsten, zoals de WTO-overeenkomst over basistelecommunicatiediensten, de overeenkomst inzake informatietechnologie en de bilaterale overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning van certificatieprocedures, een directe en positieve uitwerking zullen hebben op de wereldwijde informatienetwerken door de concurrentie te stimuleren, de kosten te verlagen en nieuwe mogelijkheden te scheppen, met name op het gebied van de elektronische handel, in het voordeel van alle gebruikers.
  4. De ministers raden aan de mogelijkheden die multilaterale forums bieden om de internationale samenwerking te versterken en tegelijkertijd een goede coördinatie van de activiteiten te verzekeren, ten volle te benutten. In deze geest verbinden zij zich tot volledige samenwerking onderling en met de Raad van Europa, de OESO, de WTO en andere internationale forums die zich daartoe lenen, teneinde de bestaande obstakels voor de elektronische handel op te sporen en weg te nemen, het ontstaan van nieuwe barrières te verhinderen en een duidelijk en voorspelbaar juridisch kader op nationaal en, waar nodig, op Europees en mondiaal niveau te creëren.
  5. De ministers zijn zich bewust van de specifieke uitdagingen die uit het misbruik van de wereldwijde informatienetwerken voortvloeien. Daarom zijn zij van oordeel dat internationale samenwerking op dit gebied onontbeerlijk is. Zij zullen de versterking van de politiële en justitiële samenwerking, met name op het gebied van opleiding in het gebruik van technologieën en wederzijdse bijstand, daadkrachtig stimuleren om illegale inhoud en hightechmisdaad te voorkomen en te bestrijden. Zij betuigen hun steun aan het opzetten van internationale hotline-netwerken.
  6. De ministers staan positief tegenover het recente initiatief van de OESO om een vergelijkende studie van de nationale wetgevingen te verrichten en de ervaringen die met illegale inhoud op Internet zijn opgedaan, uit te wisselen. Als voorstanders van een multilaterale en een Europese benadering zijn zij van oordeel dat de internationale dimensie essentieel is om het vertrouwen in de wereldwijde informatienetwerken te verzekeren.

Follow-up

  1. De ministers verzoeken het Forum voor de informatiemaatschapij en het EU/LMOE-forum na te gaan welke acties kunnen worden opgezet om het Europese publiek te attenderen op de mogelijkheden die de informatiemaatschappij biedt, zoals de organisatie van een “Dag van de informatiemaatschappij” in heel Europa.
  2. De ministers tonen zich verheugd over de voorstellen van diverse landen om in 1998 evenementen te organiseren waarop nader zal worden ingegaan op specifieke thema's die op deze conferentie aan bod zijn gekomen.
  3. De ministers verbinden zich ertoe hun strategieën en actieplannen op nationaal niveau verder uit te werken en hun samenwerking op Europees en internationaal niveau te versterken, teneinde de verspreiding en het gebruik van de wereldwijde informatienetwerken te bevorderen op basis van de beginselen van deze verklaring.

Home - Gate - Back - Top - Finalnl - Relevant